2025 was opnieuw een jaar vol juridische beweging. In dit jaaroverzicht nemen we u mee langs de belangrijkste arresten, wets- en beleidswijzigingen en andere markante gebeurtenissen die ons kantoor het afgelopen jaar hebben beziggehouden.
Om tot een wettige tuchtbeslissing te kunnen komen, dient de taalwetgeving in acht genomen te worden. Indien een anderstalig stuk aan het tuchtdossier wordt toegevoegd, dient de tuchtonderzoeker erover te waken dat dit stuk vertaald wordt door een persoon met de vereiste kwalificaties.
UDN-schorsing in personeelszaken blijkt dan toch mogelijk. Bij UDN-arrest van 30 juni 2025 met nummer 263.808 schorst de Raad van State de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Vlaamse minister van 13 juni 2025 om de aangewezen burgemeester van de gemeente Heuvelland niet te benoemen.
Het Grondwettelijk Hof heeft het wijzigingsdecreet van 16 juni 2023 dat de beëindiging invoerde van de hoedanigheid bij statutaire personeelsleden bij lokale en provinciale besturen, vernietigd. De gevolgen van de vernietiging worden beperkt tot de datum van de uitspraak van het arrest.
Het Grondwettelijk Hof verduidelijkt dat artikel 61, §1, tweede lid van het decreet rechtspositieregeling personeelsleden Gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 niet verhindert dat de beslissing over de instemming met een op te leggen tuchtstraf aan een leerkracht levensbeschouwelijk onderricht aan een rechtmatigheidstoets wordt onderworpen door de tuchtrechtelijke bevoegde inrichtende macht.
Deborah spreekt op 8 mei 2025 over het Ontslagdecreet en de impact hiervan op de praktijk. Zij doet dit samen met haar broer Toon Smets, Lead Lawyer bij DLA Piper. Voor meer info kan u terecht op de website van Die Keure: https://www.diekeure.be/professional/nl/product/ontslagregeling-publieke-sector/
Net zoals vorig jaar spreekt Deborah Smets vandaag op de Conferentie Overheidspersoneel van Abilways. Dit jaar licht zij 'het belang bij de procedure Raad van State' in de context van het ambtenarenrecht nader toe.
In het Tijdschrift voor Gemeenterecht formuleren Dirk Van Heuven en Deborah Smets bedenkingen bij een gebeurlijke vernietiging van het Ontslagdecreet door het Grondwettelijk Hof.
In een recent arrest van 5 november 2024 met nummer 261.269 herhaalde de Raad van State haar standpunt nogmaals over de relatie tussen het straf- en tuchtrecht. Hoewel dit een evidentie lijkt, kan een opfrissing zeker nooit kwaad.
Om op ontvankelijke wijze een beroep bij de Raad van State te kunnen instellen, dient er sprake te zijn van een aanvechtbare rechtshandeling. Veelal vormt de kwalificatie van de beslissing op dit punt geen probleem. Indien dit zogenaamde 'voorbereidende rechtshandelingen zijn', is de beoordeling minder eenvoudig te maken. In een recent arrest van 18 oktober 2024 met nummer 261.100 verduidelijkt de Raad van State wanneer een voorbereidende rechtshandeling nu al dan niet aanvechtbaar is. Concreet betrof het de vraag of de beslissing tot niet-opname op een kandidatenlijst majoor aanvechtbaar was.
Bij een UDN-vordering moet de uiterst dringende noodzakelijkheid aangetoond worden. Hoewel een beslissing tot ontslag vanuit het buikgevoel automatisch lijkt te leiden tot een uiterst dringende noodzakelijkheid is dit conform de rechtspraak van de Raad van State zeker niet het geval.
Er kan geen twijfel over bestaan dat tucht(recht) draait om feiten en de kwalificatie / beoordeling ervan. Desalniettemin gaan tucht en procedureregels ook hand in hand. Het niet respecteren van deze procedureregels kan verregaande gevolgen hebben voor de tuchtprocedure zelf. Los hiervan mag niet vergeten worden dat diverse beroepsinstanties volheid van bevoegdheid hebben.
Er kan geen twijfel over bestaan dat tucht(recht) draait om feiten en de kwalificatie / beoordeling ervan. Desalniettemin gaan tucht en procedureregels ook hand in hand. Het niet respecteren van deze procedureregels kan verregaande gevolgen hebben voor de tuchtprocedure zelf. Een van de facetten betreft de redelijke termijn.
Recent diende de Raad van State zich te buigen over een UDN-vordering tegen een ordemaatregel ten aanzien van een ambtenaar van een lokaal bestuur. Concreet diende te worden nagegaan of reputatieschade een grond voor de spoedeisendheid kan vormen. Het antwoord hierop is negatief.
Het Grondwettelijk Hof zal zich binnenkort moeten buiten over de vraag of er sprake is van een ongelijke behandeling tussen leerkrachten levensbeschouwelijk onderricht en andere personeelsleden. De Raad van State stelde ter zake bij arrest van 25 april 2024 met nummer 259.639 een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof.