Over het verzoek tot voortzetting voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen
Als de RvVb een bestreden beslissing niet heeft geschorst, kan de verzoekende partij een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een vervaltermijn van dertig dagen. Als ze dit niet doet, geldt dit ten aanzien van haar als een vermoeden van afstand van geding. Weliswaar kan de verzoekende partij in dat geval vragen om gehoord te worden, maar - zo stelt het arrest nr. RvVb-2526-1092 van 27 augustus 2026 - uitsluitend over de redenen die het niet tijdig indienen van een dergelijk verzoek kunnen verschonen, te weten redenen die getuigen van een situatie van overmacht, onoverwinnelijke dwaling of verschoningsgronden die haar daarin hebben belemmerd.