Kortrijk
Regen
4° - 9°
Antwerpen
Regen
5° - 10°
Blog
Blog
27 februari 2024  | Deborah Smets

Tucht & Procedureregels (i)

De besluitvorming in tuchtprocedures dient te gebeuren bij geheime stemming. Hoewel dit als zeer 'normaal' en 'vanzelfsprekend' wordt beschouwd, worden tuchtbesluiten vernietigd wegens miskenning van deze vormvereiste.

Deze vormvereiste vormde voorwerp van debat in de zaak die leidde tot de beslissing van de Beroepscommissie voor Tuchtzaken van 31 maart 2023 (beroep 2022-9) met de volgende overwegingen:

'Het principe is dat de beslissing in tuchtprocedures dienen te gebeuren bij geheime stemming. De omstandigheid dat deze essentiële substantiële vormvereiste niet werd nageleefd, tast in principe de rechtsgeldigheid van het besluit aan. De geheime stemming werd opgelegd ter bescherming van de vrije en onafhankelijke uitoefening van het beslissingsrecht. Maar deze wijze van stemming is niet enkel ter vrijwaring van voornoemd belang, maar eveneens, zo werd al meermaals bevestigd door de Raad van State, in het belang van het betrokken personeelslid. Bij gebrek aan naleving van deze substantiële vormvereiste is er voor het personeelslid geen garantie voor objectiviteit en onafhankelijkheid in de beslissingsprocedure. Het behoort tot de taak van de Beroepscommissie om – zelfs ambtshalve – na te gaan of de beslissing tot stand kwam met toepassing van de door de wet vereiste procedure. Wanneer uit de beslissing niet blijkt dat het besluit bij geheime stemming is genomen, moet worden aangenomen dat dit besluit niet bij geheime stemming is genomen. In dit geval staat het onomstootbaar vast dat de beslissing, ter kennis gebracht bij brief via elektronische communicatie, niet bij geheime stemming werd genomen en er aldus geen garantie voor objectieve en onafhankelijke behandeling aan het personeelslid werd gegeven. Het is immers enkel bij geheime stemming dat het stemgedrag op correcte wijze kan worden vastgesteld en door de Beroepscommissie kan worden gecontroleerd. Aldus dient niet verder over de grond van de procedure tot preventieve schorsing te worden geoordeeld.'

Benadrukt moet worden dat de verplichting om te beslissen bij geheime stemming geldt voor elke beslissing in de tuchtprocedure en dus niet enkel voor de eigenlijke tuchtbeslissing zelf (zie hiervoor Beroepscommissie voor Tuchtzaken (8 november 2022 - beroep 2022-2):

'De Beroepscommissie concludeert uit alle stukken dat de beslissing tot opstart van de tuchtprocedure niet gebeurde met een geheime stemming. Dit heeft als gevolg, zoals artikel 83 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 20173 voorschrijft, dat deze beslissing nietig is. Het feit dat deze essentiële substantiële vormvereiste niet werd nageleefd, tast de rechtsgeldigheid van het initiële besluit aan. Het is de taak van de Beroepscommissie om, zelfs ambtshalve, na te gaan of de beslissingen van de tuchtoverheid tot stand kwamen met toepassing van de door de wet vereiste procedure. Deze vaststelling zorgt er voor dat voornoemde beslissing nietig is en bijgevolg dat de tuchtprocedure tegenover verzoeker als zijnde niet opgestart door voornoemde beslissing moet worden beschouwd.

De vraag moet worden gesteld of de nietigheid van een voorbereidende beslissing, die niettemin uitvoering kreeg, ook impact heeft op de eindbeslissing. De Beroepscommissie neemt aan dat dit determinerend moet zijn. Een navolgende beslissing, die wel rechtsgeldig genomen is, kan de nietigheid van de voorbereidende beslissing dekken omdat dan vastgesteld kan worden dat de tuchtoverheid finaal oordeelt over de aspecten van alle andere voorbereidende beslissingen. Dit standpunt is trouwens bevestigd door de Raad van State. Voorwaarde is wel dat er een rechtsgeldige beslissing tussenkomt vooraleer de verjaringstermijn van 6 maanden verstrijkt. In deze zaak is er niet tijdig een rechtsgeldige beslissing genomen. De eerstvolgende beslissing na de nietige opstart van de tuchtbeslissing, is de beslissing van januari 2022 tot verderzetting van de tuchtprocedure. Deze beslissing is meer dan 6 maanden na de beweerde kennisname van de feiten in juni 2021 genomen. Aldus dient niet verder over de grond van de procedure te worden geoordeeld.'

Deel dit artikel