Niets belet, aldus de Raad voor Vergunningsbetwistingen in het arrest nr. A-2223-0050, dat de vergunningverlener zich de beoordeling van de aanvraag in het verslag van de omgevingsambtenaar volgt en eigen maakt. Er bestaat in dit verband geen vereiste dat de vergunningverlener moet motiveren waarom hij het verslag volgt.
Als de RvVb een bestreden beslissing niet heeft geschorst, kan de verzoekende partij een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een vervaltermijn van dertig dagen. Als ze dit niet doet, geldt dit ten aanzien van haar als een vermoeden van afstand van geding. Weliswaar kan de verzoekende partij in dat geval vragen om gehoord te worden, maar - zo stelt het arrest nr. RvVb-2526-1092 van 27 augustus 2026 - uitsluitend over de redenen die het niet tijdig indienen van een dergelijk verzoek kunnen verschonen, te weten redenen die getuigen van een situatie van overmacht, onoverwinnelijke dwaling of verschoningsgronden die haar daarin hebben belemmerd.
In een arrest van 9 juli 2026 met nummer RvVB-2526-0950 vernietigt de Raad voor Vergunningsbetwistingen de weigering van een omgevingsvergunning voor een windturbine nabij recent erkend UNESCO-werelderfgoed te Zonnebeke. Hierbij tikt ze de Vlaamse Regering op de vingers voor het feit dat ze de omgevingsvergunning heeft geweigerd omdat de aanvraag niet is voorgelegd voor advies aan het UNESCO-Werelderfgoedcomité. De Raad benadrukt dat er geen enkele decretale adviesvereiste bestaat met betrekking tot het Werelderfgoedcomité.
Op 26 juni 2026 heeft de Vlaamse Regering een eerste voorontwerp van decreet goedgekeurd waarmee het DBRC-decreet van 4 april 2014 wordt gewijzigd.
Met haar arrest van 28 mei 2026 bevestigt de Raad van State dat een advies van het schepencollege slechts tijdig is uitgebracht wanneer het niet alleen binnen de wettelijke adviestermijn wordt aangenomen, maar ook binnen diezelfde termijn via het Omgevingsloket wordt kenbaar gemaakt. Het laattijdig opladen heeft tot gevolg dat een jurisdictioneel beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, ingesteld door het adviesverlenend bestuursorgaan, onontvankelijk is.
De Raad voor Vergunningsbetwistingen vernietigt met haar arrest van 26 februari 2026 een vergunningsbeslissing van de deputatie Oost-Vlaanderen waarbij - onder meer - een voormalig bedrijfsgebouw van 7.249,07 kubieke meter werd omgevormd tot een woningbijgebouw. Niet alleen de invulling, maar ook het concrete volume is volgens de Raad een te onderzoeken criterium bij het omzetten van een bedrijfsgebouw naar een woningbijgebouw.
Op 30 maart 2026 gaat het Digitaal platform van de Vlaamse bestuursrechtscolleges live. Aangezien het gebruik van het digitaal platform verplicht is voor overheden moeten zij één uniek mailadres aan de Dienst van de Bestuursrechtscolleges bezorgen zodat de griffie hen digitaal in alle procedures voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen en het Handhavingscollege kan contacteren. De aanmelding had uiterlijk op 22 maart 2026 moeten gebeuren, maar het is nog niet te laat.
Een ontevreden buur tekende tegen de vergunningsbeslissing van een college van burgemeester en schepenen beroep aan zowel bij de deputatie als bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Deze laatste verklaart zich in het arrest nr. UDN-2526-0519 van 24 februari 2025 evident onbevoegd.
De vergunningsverlener moet, aldus de Raad voor Vergunningsbetwistingen in het arrest van 5 februari 2026 met nummer RvVb-A-2526-0461, zich enkel uitspreken over het voorwerp van de vergunningsaanvraag en kan dus geen rekening houden met eventuele alternatieven.
Er speelt een digitaliseringsrace tussen administratieve rechtscolleges.
In het arrest van 13 november 2025 met nummer RvVb-A-2526-0217 lijkt de Raad voor Vergunningsbetwistingen alle partijen te vriend te willen houden bij de beoordeling van een ontvankelijkheidsexceptie over het middel.
In het arrest van 31 juli 2025 stelt de RvVb een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie over de passende beoordeling bij meldingen.
In een recent arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 12 juni 2025 met nummer RvVb-A-2425-0899 wordt de afgeleverde vergunning vernietigd omdat er op onvoldoende wijze rekening gehouden was met de burgerlijke rechten, nl. de uitweg van een buurtbewoner.
Steve en Deborah spreken op 13 juni 2025 voor M&D (webinar) over de evoluties van de rechtspraak n het Vlaamse omgevingsrecht. Aan de hand van concrete casussen worden tal van topics besproken waarmee aanvragers, vergunningverlenende overheden, maar ook klagers steeds meer geconfronteerd worden.
In een arrest van 8 mei 2025 oordeelt het Hof van Justitie over de noodzakelijke onafhankelijkheid van de omgevingsambtenaar bij het beoordelen van de milieueffectrapportageplicht van een project.