Kortrijk
Regen
4° - 8°
Antwerpen
Regen
5° - 10°
Blog
Blog
26 januari 2024  | Merlijn De Rechter

Raad voor Vergunningsbetwistingen aanvaardt overmacht bij het beoordelen van de toepassingsvoorwaarden van zonevreemde basisrechten

Voor woningen en gebouwen die niet in 'het juiste bestemmingsgebied' gesitueerd zijn, bestaan er de basisrechten voor zonevreemde constructies. Deze basisrechten, voorzien in artikel 4.4.10 e.v. VCRO, laten het toe dat aan die constructies, ook al situeren zij zich dus in een verkeerd bestemmingsgebied, werken worden uitgevoerd.

Er gelden wel enkele (strenge) toepassingsvoorwaarden.

Indien één van die toepassingsvoorwaarden niet voldaan zou zijn, kunnen de basisrechten niet ingeroepen worden en diende een aanvraag per direct geweigerd te geworden wegens een planologische onverenigbaarheid. 

De Raad heeft in een recent arrest de toepassingsvoorwaarden toch ietwat redelijker gemaakt. Hij stelt immers dat 'overmacht' mag ingeroepen worden om niet te kunnen voldoen aan een toepassingsvoorwaarde, zodat niet aan de toepassingsvoorwaarde voldaan dient te zijn.

Het arrest luidt als volgt (RvVb 25 januari 2024, nr. RvVb-A-2324-0393):

'Waar de verzoekende partij stelt dat de rechtsfiguur ‘overmacht’ geen toepassing kan vinden in de beoordeling van de aanvraag omdat artikel 4.4.21 VCRO dit niet (expliciet) voorziet, verliest zij uit het oog dat dit een algemeen rechtsbeginsel vormt dat inhoudt dat niemand tot het onmogelijke is (of kan) gehouden (worden). Ook het Grondwettelijk Hof bevestigde meermaals dat het een algemeen rechtsbeginsel is dat de strengheid van de wet in geval van overmacht kan worden gemilderd (oa GwH 4 april 1995 nr. 32/95).'

De Raad stelt in casu vast dat aan de eerste voorwaarde van artikel 4.4.21 VCRO niet was voldaan. Volgens deze voorwaarde dient een woning in het jaar voorafgaand aan de vernieling of beschadiging daadwerkelijk bewoond te worden. Dit was echter niet mogelijk omdat bewoning niet mogelijk was door een aanslepende gerechtelijke procedure over de eigendom van die woning. De deputatie vond dit 'overmacht', hetgeen de Raad dus volgde. De verzoekende partijen menen dat de rechtsfiguur ‘overmacht’ geen toepassing kon vinden omdat artikel 4.4.21 VCRO dat niet expliciet bepaalt. De Raad oordeelt echter dat het een algemeen rechtsbeginsel is dat niemand tot het onmogelijke is gehouden. 

Dit arrest geeft toch wat meer kansen, al rijst de vraag of het inroepen van overmacht met betrekking tot alle andere voorwaarden zo eenvoudig wordt. 

Deel dit artikel