Kortrijk
Bewolkt
15° - 23°
Antwerpen
Bewolkt
18° - 25°
Blog
Blog
11 april 2023  | Leandra Decuyper

Grondwettelijk Hof vernietigt attentieplicht en relativiteitseis!

Met arrest nr.59/2023 van 11 april 2023 vernietigde het Grondwettelijk Hof het artikel 35, derde lid, 2° en 3° DBRC-decreet, zoals ingevoegd met artikel 6 van het decreet van 21 mei 2021 tot wijziging van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, wat betreft de optimalisatie van de procedures. Het gaat om de vernietiging van de zogenaamde 'relativiteitseis' en 'attentiesplicht' .

In het persbericht van het Grondwettelijk Hof luidt het dienaangaande als volgt:

'2.1.2. Tweede voorwaarde: relativiteitseis

Het relativiteitsvereiste heeft tot gevolg dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen een middel niet ten gronde behandelt wanneer hij van oordeel is dat de norm of het algemeen
rechtsbeginsel waarvan de schending wordt aangevoerd, kennelijk niet strekt tot de bescherming van de belangen van diegene die zich daarop beroept. Aan die voorwaarde is
bijvoorbeeld niet voldaan, wanneer een partij zich beroept op een beweerde schending van de veiligheidsnormen voor windturbines indien deze persoon zelf geen veiligheidsrisico’s loopt
omdat hij geen omwonende is.

Het Hof vindt de combinatie van de relativiteitseis met de voorwaarde van de belangenschade niet redelijk verantwoord. Indien de bestuursrechter ten aanzien van de verzoekende partij in
concreto heeft vastgesteld dat zij belang heeft bij haar beroep en derhalve bij de vernietiging van de bestreden beslissing, én dat zij in haar belangen werd geschaad door de in het middel
aangevoerde onwettigheid, is het niet redelijk verantwoord om alsnog het onderzoek ten gronde van dit middel te verhinderen. Het feit dat de decreetgever, met bepaalde normen,
slechts bepaalde belangen voor ogen had, belet niet dat de schending van deze normen, ook andere belangen op nadelige wijze kan raken. Meer nog, het aanvaarden van de relativiteitseis
zou tot gevolg hebben dat de decreetgever er net belang bij heeft om het beschermingsbereik van de normen of algemene rechtsbeginselen te beperken, waardoor de rechtsbescherming
wordt uitgehold.

Bovendien leidt het feit dat telkens moet worden bepaald welke belangen worden beschermd door de aangevoerde norm, er paradoxaal toe dat de doelstelling van de versnelling van de
procedure die de decreetgever met die voorwaarde nastreefde, niet wordt bereikt.

Het Hof vernietigt bijgevolg de relativiteitseis.

2.1.3. Derde voorwaarde: attentieplicht

De attentieplicht houdt vanuit het perspectief van de burgers een verplichting in om onwettigheden tijdens de bestuurlijke fase op het meest nuttige ogenblik op te werpen, zodat
zij zich daar achteraf voor de bestuursrechter nog op kunnen beroepen. Volgens de decreetgever is die verplichting erop gericht om de vergunningverlenende overheid toe te laten
tijdens de administratieve procedure zoveel mogelijk informatie te verzamelen, zodat zij met kennis van zaken een beslissing kan nemen en eventuele onwettigheden nog kan remediëren.

Volgens het Hof bestaat er geen redelijke verantwoording voor dit vereiste. De attentieplicht vereist immers dat burgers in staat zijn om in veelal complexe en technische dossiers alle
juridische problemen onmiddellijk te signaleren, wat in de meeste gevallen tot gevolg zal hebben dat zij zich van bij het begin van de bestuurlijke fase reeds moeten laten bijstaan door
een advocaat. Het Hof wijst erop dat het bestuur rechtmatig en zorgvuldig moet handelen en dat een bestuur in vergelijking met de gemiddelde burger veelal over meer kennis en middelen,
onder meer inzake juridisch advies, beschikt om de rechtmatigheid van de besluitvorming in omgevingszaken te bewaken.

Ook hier betwijfelt het Hof of de door de decreetgever nagestreefde doelstelling inzake het versnellen van de procedure kan worden bereikt, nu die voorwaarde tot gevolg kan hebben dat
van bij het begin van de administratieve procedure potentiële discussies kunnen ontstaan over de vraag of elk middel op het nuttige moment werd aangevoerd.

Het Hof vernietigt bijgevolg de attentieplicht.'

Met dit arrest wijst het Grondwettelijk Hof nogmaals op het belang van het recht op toegang tot de rechter en het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu.

Dit arrest zal ongetwijfeld een impact hebben op tal van lopende procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Deel dit artikel