Kortrijk
Regen
2° - 12°
Antwerpen
Bewolkt
4° - 12°
Blog
Blog
10 februari 2024  | Deborah Smets

Raad voor Vergunningsbetwistingen handhaaft rechtspraak Hof van Justitie rond Habitatrichtlijn

Op 13 mei 2022 heeft de Vlaamse minister voor Omgeving een omgevingsvergunning verleend voor de sanering, verondieping en natuurontwikkeling in de kleiputten van Terhagen in de gemeenten Boom en Rumst.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen besloot in het arrest van 8 februari 2024 met nummer RvVb-A-2324-0435 tot vernietiging van voormeld ministerieel besluit, gezien de vergunningsaanvraag geen gemotiveerd afwijkingsverzoek bevatte.

De Habitatrichtlijn voorziet in diverse afwijkingsmogelijkheden van de verbodsbepalingen die zijn uitgevaardigd ter bescherming van bepaalde soorten. De Raad verwijst hieromtrent naar de rechtspraak van het Hof van Justitie : 

'2.3. Het Hof herinnert in zijn arrest aan de doelstelling dat de milieueffectbeoordeling volledig moet zijn en moet plaatsvinden alvorens de vergunning voor het project afgegeven wordt. Voor zover die doelstelling geëerbiedigd wordt, mogen de met de milieueffectbeoordeling samenhangende bevoegdheden over verschillende overheidsinstanties worden verdeeld. Het is toegelaten dat een deel van de milieueffectbeoordeling van een project en van het nemen van een besluit daarover na afloop van die gedeeltelijke beoordeling – het besluit over de afwijking – aan een andere overheidsinstantie opgedragen wordt dan de overheid die bevoegd is om over de vergunningsaanvraag te beslissen, voor zover dat besluit vóór de afgifte van de vergunning vastgesteld wordt.’

Concreet moet de milieueffectenbeoordeling ook de effecten van het project op de beschermde soorten omvatten, alsook volledig en vóór de afgifte van de vergunning zijn uitgevoerd.

Evenwel kan volgens het besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer (hierna: ‘het Soortenbesluit’) de afwijkingsaanvraag ook in de vergunningsprocedure worden geïntegreerd.

In dat geval is een vergunningverlenende overheid niet verplicht om afwijkingen te verlenen. Een aanvrager kan er aldus voor kiezen om de in het Soortenbesluit afzonderlijk ingerichte aanvraagprocedure te doorlopen nadat de vergunning eenmaal is afgegeven.

De minister besloot in casu tot afgifte van de vergunning, gezien de nodige afwijkingen van de verbodsbepalingen voor beschermede soorten nadien ook afzonderlijk konden worden aangevraagd.

De Raad oordeelt dat desbetreffende handelswijze een schending uitmaakt van de Project-MER-richtlijn:

'3. Zoals gesteld, is de bestreden vergunning verleend zonder dat de milieueffectbeoordeling volledig uitgevoerd was. Dat betekent tegelijk dat een gedeelte van de milieueffectbeoordeling in de vergunningsprocedure aan inspraak in de vorm van een openbaar onderzoek onttrokken werd aangezien het publiek niet de kans gekregen heeft om over alle effecten, ook in hun onderlinge samenhang, zijn bezwaren of opmerkingen te kennen te geven. In de nadien te doorlopen procedure tot het verkrijgen van een afwijking is iedere vorm van publieke inspraak zelfs onbestaande. Artikel 22 van het Soortenbesluit richt een besloten aanvraagprocedure in. De regeling verplicht niet tot een publieke bekendmaking van de aanvraag, evenmin van de beslissing. Publieke participatie in de besluitvorming of de afwijkingen toegestaan kunnen worden, is niet mogelijk. Dat is niet in overeenstemming te brengen met de verdragsrechtelijke vereiste van een tijdige en doeltreffende inspraak.’

Deel dit artikel