Er speelt een digitaliseringsrace tussen administratieve rechtscolleges.
Op 10 december 2025 wordt de Dag van de Mensenrechten gevierd en ter gelegenheid van deze dag staan we bij Publius graag even stil bij een naar o.i. soort ‘afgeleide vorm’ van de mensenrechten; nl. het idee van de rechtsbescherming van de burger tegen de overheid. In drie korte blogposts bespreken we drie fundamentele beginselen die de rechtsbescherming van burgers tegenover de overheid concretiseren. Hier vindt u de blogpost over de mogelijkheid tot beroep.
Op 10 december 2025 wordt de Dag van de Mensenrechten gevierd en ter gelegenheid van deze dag staan we bij Publius graag even stil bij een naar o.i. soort ‘afgeleide vorm’ van de mensenrechten; nl. het idee van de rechtsbescherming van de burger tegen de overheid. In drie korte blogposts bespreken we drie fundamentele beginselen die de rechtsbescherming van burgers tegenover de overheid concretiseren. Hier vindt u de blogpost over het hoorrecht.
Om tot een wettige tuchtbeslissing te kunnen komen, dient de taalwetgeving in acht genomen te worden. Indien een anderstalig stuk aan het tuchtdossier wordt toegevoegd, dient de tuchtonderzoeker erover te waken dat dit stuk vertaald wordt door een persoon met de vereiste kwalificaties.
In het arrest van 9 juli 2025 met rolnummer 263.924 bevestigt de Raad van State nogmaals de zorgvuldigheidsplicht in hoofde van de inschrijvers bij de indiening van hun offerte.
De Franstalige VIe kamer van de Raad van State oordeelde in het kader van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in een arrest van 27 juni 2025, met nr. 263.800, dat een wiskundige onmogelijkheid de aanbestedende overheid niet vrijstelt om de beoordelingsmethode voor het gunningscriterium ‘prijs’ conform het bestek toe te passen. Het toekennen van een gelijke score ondanks een verschil in offerteprijs – in realiteit slechts € 0,01 – schendt het gelijkheidsbeginsel.
UDN-schorsing in personeelszaken blijkt dan toch mogelijk. Bij UDN-arrest van 30 juni 2025 met nummer 263.808 schorst de Raad van State de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Vlaamse minister van 13 juni 2025 om de aangewezen burgemeester van de gemeente Heuvelland niet te benoemen.
Met zijn arrest van 18 juni 2025, nr. 263.636 vernietigt de Raad van State het GRUP ‘Nelissen Steenfabrieken NV’ op basis van een gebrekkig stikstofonderzoek.
Steve en Deborah spreken op 13 juni 2025 voor M&D (webinar) over de evoluties van de rechtspraak n het Vlaamse omgevingsrecht. Aan de hand van concrete casussen worden tal van topics besproken waarmee aanvragers, vergunningverlenende overheden, maar ook klagers steeds meer geconfronteerd worden.
De Raad van State heeft met haar arresten nrs. 263.452 , 263.453 en 263.454 van 27 mei 2025 de belasting op tweede verblijven van de provincie West-Vlaanderen voor de aanslagjaren 2022, 2023 en 2024 vernietigd wegens schending van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel.
In een arrest van 8 mei 2025 oordeelt het Hof van Justitie over de noodzakelijke onafhankelijkheid van de omgevingsambtenaar bij het beoordelen van de milieueffectrapportageplicht van een project.
Net zoals vorig jaar spreekt Deborah Smets vandaag op de Conferentie Overheidspersoneel van Abilways. Dit jaar licht zij 'het belang bij de procedure Raad van State' in de context van het ambtenarenrecht nader toe.
In een recent arrest van 5 november 2024 met nummer 261.269 herhaalde de Raad van State haar standpunt nogmaals over de relatie tussen het straf- en tuchtrecht. Hoewel dit een evidentie lijkt, kan een opfrissing zeker nooit kwaad.
Om op ontvankelijke wijze een beroep bij de Raad van State te kunnen instellen, dient er sprake te zijn van een aanvechtbare rechtshandeling. Veelal vormt de kwalificatie van de beslissing op dit punt geen probleem. Indien dit zogenaamde 'voorbereidende rechtshandelingen zijn', is de beoordeling minder eenvoudig te maken. In een recent arrest van 18 oktober 2024 met nummer 261.100 verduidelijkt de Raad van State wanneer een voorbereidende rechtshandeling nu al dan niet aanvechtbaar is. Concreet betrof het de vraag of de beslissing tot niet-opname op een kandidatenlijst majoor aanvechtbaar was.