Afstandscriterium is een opportuniteit indien korte afstand een objectief voordeel kan zijn, bv. snelle interventies noodzakelijk of lagere CO2-uitstoot. De Vlaamse omzendbrief voorziet in nog meer aanbevelingen bij het opstellen van de opdrachtdocumenten.
UW VISITEKAARTJE OP E-PROCUREMENT ! Zoals voorzien in het Vlaams Regeerakkoord, is het een doelstelling om een kmo-toegankelijker aankoopbeleid te (laten) voeren. In het kader hiervan werd door de minister van Binnenland een ministeriële omzendbrief opgesteld. Deze houdt aanbevelingen in voor aanbestedende overheden om deze doelstelling te verwezenlijken binnen de overheidsopdrachtenreglementering.
Op de ministerraad van 30 april 2026 werd een voorontwerp van wet tot wijziging van de overheidsopdrachtenwet en de concessiewet goedgekeurd. Er wordt een vereenvoudiging van de bestaande plaatsingsprocedures beoogd, naast een verwijzing naar de korte keten bij overheidsopdrachten omtrent voeding. Daarnaast wordt ook voorzien in de herwerking van de bepalingen omtrent energie-efficiëntie, op grond van de Richtlijn 2023/1791/EU.
In het recente arrest van 20 april 2026 herbevestigt de Raad van State haar rechtspraak dat wanneer weliswaar per kwalitatief (sub)gunningscriterium een aantal plus- en minpunten worden opgelijst, maar tevens (fijnmazige) scores tot twee cijfers na de komma worden toegekend, dit moeilijk laat verstaan met een globale beoordeling volgens de ordinale schaal.
Ook op de editie van 23 maart 2026 te Brussel licht Sofie de basisprincipes inzake de evaluatie van offertes toe. De studiedag richt zich naar lokale besturen.
Zo oordeelde de Raad van State in het arrest nr. 265.337 van 7 januari 2026. Het betrof een concessiedossier, maar het risico bestaat evenzeer bij overheidsopdrachten.
In de ABC-reeks spreekt zij over de evaluatie van de offertes, waaronder de toepassing van beoordelingsmethodieken.
In het schorsingsarrest nr. 264.870 van 17 november 2025 lijkt het antwoord van de Raad van State - in de specifieke omstandigheden van het dossier - affirmatief te zijn. Door de een onderaannemingsovereenkomst te ondertekenen, lijkt de onderaannemer zich wel degelijk ertoe te hebben verbonden 'zijn' gedeelte van de opdracht waarvoor een ISO-certificaat is vereist, waarover de onderaannemer blijkt te beschikken, te zullen uitvoeren. Dit verandert niet doordat de onderaannemingsovereenkomst niet gedateerd is en geen prijs bevat.
Vanaf 1 januari 2026 gelden nieuwe Europese drempelbedragen voor overheidsopdrachten en concessies. Ontdek de aangepaste bedragen per categorie.
In het arrest nr. 236.924 van 9 juli 2025 benadrukt de Raad van State dat een normaal zorgvuldig inschrijver op een overheidsopdracht zich bewust moet zijn van de op hem rustende plicht tot het zorgvuldig samenstellen van zijn offerte en het bijvoegen van alle door de opdrachtdocumenten vereiste bewijsstukken.
In het arrest van 9 juli 2025 met rolnummer 263.924 bevestigt de Raad van State nogmaals de zorgvuldigheidsplicht in hoofde van de inschrijvers bij de indiening van hun offerte.
De Raad van State benadrukt in het schorsingsarrest nr. 263.991 van 30 juli 2025, dat bij uiterst dringende noodzakelijkheid werd geveld, dat hem 'vooralsnog geen bepaling of beginsel bekend [is] waaruit voor een onderaannemer het verbod volgt om zijn diensten aan meerdere inschrijvers aan te bieden. In de bestreden beslissing wijst de verwerende partij op het eerste gezicht ook niet op een dergelijke bepaling of een dergelijk beginsel. Evenmin lijkt een dergelijk verbod terug te vinden in de bepalingen van het toepasselijke bestek. Die vaststelling volstaat prima facie om het enige motief voor de uitsluiting van verzoekster niet-deugdelijk te noemen'.
De Franstalige VIe kamer van de Raad van State oordeelde in het kader van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in een arrest van 27 juni 2025, met nr. 263.800, dat een wiskundige onmogelijkheid de aanbestedende overheid niet vrijstelt om de beoordelingsmethode voor het gunningscriterium ‘prijs’ conform het bestek toe te passen. Het toekennen van een gelijke score ondanks een verschil in offerteprijs – in realiteit slechts € 0,01 – schendt het gelijkheidsbeginsel.
De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, beperkt zich in een beschikking van 25 februari 2025 niet tot de gebruikelijke verlenging van de expertiseopdracht, maar maakt toepassing van artikel 973, §1, lid 3 van het Gerechtelijk Wetboek.