Kortrijk
Regen
4° - 9°
Antwerpen
Regen
5° - 10°
Blog
Blog
15 maart 2024  | Dirk Van Heuven

Miskenning van de kennisgevingsvereisten in overheidsopdrachten is géén ontvankelijk middel voor de Raad van State

Dit is het oordeel van de Raad:

'De verzoekende partij voert in essentie een gebrek in de kennisgeving van de gemotiveerde gunningsbeslissing aan. De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad D. van 16 januari 2024, waarbij goedkeuring wordt verleend aan het gunningsverslag en dat als bijlage integraal deel uitmaakt van de beslissing, werd immers pas op 5 februari 2024 – dit is na het indienen van het verzoekschrift in zaak I – met een e-mailbericht van de raadsman van de verwerende partij en “niet door de bevoegde aanbestedende overheid” aan de verzoekende partij meegedeeld.

Met de verwerende partij wordt vastgesteld dat de verzoekende partij geen belang heeft bij het middel in zoverre een gebrek in de kennisgeving van de gemotiveerde gunningsbeslissing wordt aangevoerd.

Een gebrek in de kennisgeving “na het nemen van de gemotiveerde gunningsbeslissing” tast immers de rechtmatigheid van de gunningsbeslissing zelf niet aan.

Voorts lijkt dat te dezen het normdoel van de kennisgevingsplicht werd bereikt.

Met de kennisgevingsbrief van 17 januari 2024, waarbij het gunningsverslag en de bijlagen werden meegedeeld, alsook de overige mededelingen als bedoeld in de artikelen 8, § 1, en 9/1, § 2, van de rechtsbeschermingswet, werd de verzoekende partij wel degelijk op de hoogte gebracht van het bestaan van de bestreden beslissing tot gunning van de opdracht aan een andere inschrijver en van de motieven daarvoor.

De verwerende partij lijkt zich in de (nadien meegedeelde) gunningsbeslissing te beperken tot een verwijzing naar het gunningsverslag en dus niet op andere motieven te steunen dan die welke zijn opgenomen in het gunningsverslag en zijn bijlagen.

De verzoekende partij heeft onmiddellijk, op grond van de kennisgeving van 17 januari 2024, een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ingesteld tegen de gunningsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad D. van 16 januari 2024, die zij in haar stukkenbundel aanduidt als “niet meegedeeld”.

Overigens blijkt niet dat de verzoekende partij zelf enige inspanning heeft gedaan om voorafgaand aan het instellen van de vordering (...) een afschrift van de gunningsbeslissing op te vragen bij de verwerende partij'.

Deel dit artikel