In een opmerkelijk vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 6 maart 2026 wordt de schadeaanspraak van eiseres tegen de gemeente en de provincie afgewezen op basis van de leer van de onoverwinnelijke dwaling. Nochtans had de Raad voor Vergunningsbeslissingen een omgevingsvergunning vernietigd, waardoor eiseres aangevatte bouwwerken lange tijd moest onderbreken. Het was echter pas door de nieuwe rechtspraak van de Raad van State (die eerst tussenkwam na de vernietigde vergunning) dat duidelijk werd dat ook voor de wijziging van een feitelijke rooilijn een rooilijnplan vandoen was.