Kortrijk
Regen
2° - 12°
Antwerpen
Bewolkt
4° - 12°
Blog
Blog
10 januari 2013  | Dirk Van Heuven

Onoverwinnelijke dwaling in hoofde van de gemeente bij eensluidend advies van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar

In een vonnis van 21 oktober 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel werd de vordering van eisers tot betaling van een forfaitaire rechtsplegingsvergoeding wegens de vernietiging van een milieuvergunning verworpen.

De door de Raad van State gesanctioneerde onwettigheid bestond erin dat het college van burgemeester en schepenen de vergunning had afgeleverd zonder het eensluidend advies van de gemachtigd ambtenaar.

Weliswaar had de gemeente de vergunningsaanvraag weldegelijk aan de gemachtigd ambtenaar voorgelegd voor advies, maar deze had geantwoord dat zulks niet nodig was. Verkeerdelijk, zo blijkt achteraf.

De rechtbank oordeelt:

‘Anderzijds kon in de voorliggende zaak in alle redelijkheid niet van het college van burgemeester en schepenen worden verwacht dat hij het standpunt van de gemachtigde ambtenaar zou betwisten. Het blijkt immers geen evidente kwestie te zijn geweest of de vergunningsaanvraag in kwestie al dan niet was vrijgesteld van het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar. Gespecialiseerde juristen konden het over dit vraagstuk in alle redelijkheid oneens zijn, zoals blijkt uit de argumenten die de partijen hierover nadien voor de Raad van State hebben uitgewisseld.In deze omstandigheden was het normaal dat het college van burgemeester en schepenen zich zou aansluiten bij de mededeling van de gemachtigde ambtenaar, die als gespecialiseerd ambtenaar van het Vlaams Gewest geacht kan worden beter geplaatst, beter geïnformeerd en beter onderlegd te zijn in juridische vraagstukken betreffende de toepassing van de regels inzake ruimtelijke ordening, dan het college van burgemeester en schepenen.
Dit geldt des te meer wanneer de juridische kwestie specifiek een vraag betreft over de eigen adviesbevoegdheid van de gemachtigde ambtenaar.

De rechtbank besluit dat het college van burgemeester en schepenen zich als een normaal zorgvuldige bestuursoverheid heeft gedragen wanneer zij zich aansloot bij de mededeling van de gemachtigde ambtenaar dat voor de voorliggende vergunningsaanvraag geen eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar vereist was.

De stad S. bewijst aldus dat zij zich in een situatie bevond van onoverwinnelijke dwaling, die ertoe leidt dat de fout die uit het arrest van de Raad van State van 25 mei 2010 volgt, haar niet kan worden toegerekend. De eis van mevrouw M.J. en mevrouw G.J. kan bijgevolg niet slagen in zoverre zij ertoe strekt van de stad S. vergoeding te krijgen van de schade veroorzaakt door het onwettige besluit van 4 oktober 2004.’

Referentie: Rb. Brussel, 21 oktober 2011, AR08/11503/A, ng. (Pub503733)

Deel dit artikel