Kortrijk
Bewolkt
11° - 22°
Antwerpen
Bewolkt
12° - 23°
Blog
Blog
18 maart 2015  | Dirk Van Heuven

Belang als gemeenteraadslid als eiser voor Raad voor Vergunningsbetwistingen niet vanzelfsprekend

Zo bewijst het arrest nr. A/2015/0113 van 3 maart 2015:

'Om als derde belanghebbende bij de Raad een beroep te kunnen instellen, vereist artikel 4.8.16, §1, eerste lid 3° VCRO in principe dat de verzoekende partij, als natuurlijke persoon of als rechtspersoon, rechtstreekse of onrechtstreekse hinder of nadelen kan ondervinden ingevolge de bestreden vergunningsbeslissing. Artikel 4.8.16, §1, eerste lid, 3° VCRO vereist derhalve niet dat het bestaan van deze hinder of nadelen absoluut zeker is.

Wel zal de verzoekende partij het mogelijk bestaan van deze hinder of nadelen voldoende waarschijnlijk moeten maken, de aard en de omvang ervan voldoende concreet moeten omschrijven en tegelijk zal de verzoekende partij dienen aan te tonen dat er een rechtstreeks of onrechtstreeks causaal verband kan bestaan tussen de uitvoering of de realisatie van de vergunningsbeslissing en de hinder of nadelen die zij ondervindt of zal ondervinden.

In voorkomend geval zal de verzoekende partij beschikken over het rechtens vereiste belang om conform artikel 4.8.16, §1, eerste lid, 3° VCRO een beroep in te dienen bij de Raad.

In zoverre de verzoekende partij zich beroept op haar hoedanigheid van gemeenteraadslid, toont zij niet aan dat de bestreden beslissing in enig opzicht haar prerogatieven als gemeenteraadslid aantast en haar in die hoedanigheid rechtstreekse of onrechtstreekse hinder of nadelen toebrengt.

In zoverre de verzoekende partij zich beroept op haar hoedanigheid van inwoner van de gemeente, stelt de tussenkomende partij onweersproken dat de verzoekende partij op 6 km van de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft woont. De verzoekende partij brengt geen enkel element aan waaruit zou kunnen blijken dat zij, ondanks deze zeer grote afstand tussen haar woonplaats en de bouwplaats, enig nadeel of enige hinder, hoe miniem ook, ondervindt ten gevolge van de vergunningsbeslissing.De hoedanigheid van inwoner van de gemeente, zonder dat enig rechtstreeks of onrechtstreeks hinder of nadeel ten gevolge van de bestreden vergunningsbeslissing wordt aangetoond, is niet van aard de verzoekende partij het rechtens vereiste belang te verschaffen bij de nagestreefde vernietiging.

Het beroep is onontvankelijk bij gebrek aan belang'.

Referentie: pub503070

Deel dit artikel