Kortrijk
Regen
4° - 9°
Antwerpen
Regen
5° - 10°
Blog
Blog
12 augustus 2011  | Dirk Van Heuven

Houdt de aanvraag van een nieuwe stedenbouwkundige aanvraag ten node het verval van de eerder bekomen vergunning in? (bis)

In een opmerkelijk arrest nr.211.933 van 11 maart 2011 weerlegt de Raad van State als volgt de exceptie van tussenkomende partij “dat de verzoekende partij door op 29 september 2009 een nieuwe vergunningsaanvraag in te dienen, verzaakt heeft aan de vergunningsaanvraag die tot het bestreden besluit heeft geleid en bijgevolg haar belang bij het voorliggende beroep verloren heeft”.

De Raad van State antwoordt kurkdroog:

“Er dient te worden vastgesteld dat het enkele feit dat de verzoekende partij, hangende het huidige geding bij de Raad van State soortgelijke of identieke vragen heeft ingediend, niet beschouwd kan worden als een verzaking aan de bouwaanvrager die in laatste instantie geleid heeft tot het bestreden besluit.
De exceptie wordt verworpen.”

Aldus bevestigt de Xe kamer van de Raad van State eerdere rechtspraak, o.m. het arrest nr. 191.153 van 9 maart 2009 (zie ons eerder blogbericht van 24 oktober 2010). Er is echter andersluidende rechtspraak van de VIIe kamer (nr. 197.711 van 12 november 2009)....

Kent één van onze lezers rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen in dit verband?

Deel dit artikel