Kortrijk
Regen
4° - 8°
Antwerpen
Regen
5° - 10°
Blog
Blog
16 maart 2010  | Dirk Van Heuven

Wordt de schorsingsprocedure in stedenbouwzaken uitzonderlijk door de bliksemsnelle vernietigingsprocedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen?

De Raad voor Vergunningsbetwistingen is het nieuwe rechtscollege dat sedert de inwerkingtreding van de Vlaamse Codex rumtelijke Ordening uitspraak doet over de schorsings- en vernietigingsberoepen tegen stedenbouwkundige vergunningen. Aldus komt de Raad voor Vergunningsbetwistingen in de plaats van de Raad van State, die enkel nog maar administratieve cassatierechter in stedenbouwzaken is.

Tijdens de openbare zitting van 16 maart ll. liet Hilde Lievens, een van de kamervoorzitters, publiekelijk weten dat de nieuwe vernietigingsprocedures minder dan 6 maanden in beslag zouden nemen. Daardoor zou een schorsingsverzoek nog slechts in uitzonderlijke omstandigheden ingewilligd worden. De kamervoorzitter voegde eraan toe dat aan de bouwheer-tussenkomende partij wordt gevraagd om schriftelijk te bevestigen dat de uitvoering van de stedenbouwkundige vergunning wordt uitgesteld lopende de vernietigingsprocedure. Met (schriftelijk) akkoord van de verzoekende partij wordt dan de schorsingsprocedure “on hold” gezet, zodat de Raad in feite enkel uitspraak moet doen over de bodemprocedure.

Als men weet dat de vernietigingsprocedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen sneller verloopt dan de schorsingsprocedure voor de Raad van State, en veelal door de bouwheer werd gewacht om aanvang te nemen met de bouwwerken tot de uitspraak over de schorsingsprocedure, mag men ervan uitgaan dat er een praktijk zal ontstaan dat de bouwheer de vernietigingsprocedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen zal afwachten.

Dit lijkt een zeer praktische oplossing te zijn, maar er mag niet vergeten worden dat de bouwheer tweemaal wordt gevraagd om te wachten, een eerste maal – en dit is nieuw – indien een derde beroep aantekent bij de deputatie tegen de stedenbouwkundige vergunning in eerste aanleg en een tweede maal indien diezelfde derde beroep aantekent bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Komt daarbij dat na de uitspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen nog een cassatieberoep bij de Raad van State mogelijk is... Misbruiken (door derden) zijn niet ondenkbaar!

Het ziet er niettemin naar uit dat de schorsingsprocedure voor de Raad voor Vergunningenbetwistingen eerder uitzondering dan regel zal worden. Dit zal maar anders zijn indien er geen tussenkomende partij is. Of indien tussenkomende partij en verzoekende partij het niet eens worden tot “schorsing” van de schorsingsprocedure. Uiteraard zal deze strategie onder druk worden gesteld indien blijkt dat vernietigingsprocedures voor de Raad voor Vergunningenbetwistingen uiteindelijk toch langer uitlopen dan aangekondigd.

Nog dit. In de procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen is geen procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid voorzien. De meest efficiënte oplossing zal wellicht bestaan in het uitnodigen van de voorzitter van de Raad voor Vergunningsbetwistingen om bij wege van voorlopige voorziening tot schorsing van de bestreden vergunningsbeslissing over te gaan (artikel 4..13 VCRO), en dit in afwachting van de schorsingsprocedure (of de vernietigingsprocedure).

Nieuwe rechtscolleges, nieuwe gewoonten.

Post scriptum 22/8/2010: De bliksemsnelle procedures voor de RvV blijken in werkelijkheid helemaal niet zo bliksemsnel te zijn ... (zie bericht van heden).


Referentie : PUB501427-5

Deel dit artikel