Kortrijk
Bewolkt
13° - 19°
Antwerpen
Regen
13° - 19°
Blog
Blog
22 september 2023  | Dirk Van Heuven

Omstandigheden die wijzen op een schijnhuwelijk

Het hof van beroep te Gent heeft in een arrest van 21 september 2023 geoordeeld dat de ambtenaar van de burgerlijke stand terecht een voorgenomen huwelijk tussen V.H. (Belg) en N. (Braziliaanse) heeft geweigerd. Zie hier de omstandigheden die door het hof worden ingeroepen:

De eerste rechter oordeelt dat uit alle elementen van het dossier, in hun geheel genomen, blijkt dat de intentie van minstens één van de partners niet erop is gericht een duurzame levensgemeenschap tot stand te brengen maar enkel op het bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel.

Die omstandigheden/elementen zijn inzonderheid:

  • het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen de partijen;
  • de essentiële verschillen/tegenstrijdigheden in de verklaringen van de partijen, inz. aangaande (1) de foutieve opgave van elkaars geboortedata, (2) de ver uiteenlopende situering van de start van de relatie terwijl dit alles moeilijk te rijmen valt met de geboortedatum van de jongste dochter van V.H., (3) de tegenstrijdige verklaring van het al dan niet voorhanden zijn van een kinderwens terwijl N. verkeerdelijk meent dat V.H. geen kinderen heeft en (4) tegenstrijdige verklaringen over de verblijfplaats van N. tijdens haar eerste verblijf in België, de ouders en studies van N., het initiatief voor een huwelijksaanzoek, het al dan niet organiseren van een huwelijksfeest, de activiteiten van het voorgaande weekend en de gezamenlijke hobby’s;
  • het klaarblijkelijke gebrek aan beheersing van de Engelse taal aan de zijde van N. zoals blijkt uit het onvolledig/niet beantwoorden van essentiële vragen in de (mede in het Engels opgestelde) vragenlijst en de bijzonder moeizame communicatie ter terechtzitting (terwijl V.H. beweert dat zij Engels studeerde in Groot-Brittannië) wat vragen doet rijzen hoe partijen communiceren;
  • het ontbreken van enig spoor van de voorgehouden telefonische, Messenger en Whatsapp communicatie terwijl slechts enkele foto’s van hen beiden worden voorgelegd die niet overtuigen en mogelijk in scène zijn gezet;
  • het feit dat de moeder van V.H. melding maakt van een potentieel schijnhuwelijk waarop V.H. en N. niet ingaan in conclusie terwijl N. wel voorhoudt wekelijks met haar koffie te gaan drinken;
  • V.H. de familie van N. niet heeft ontmoet terwijl beiden weinig of geen contact blijken te hebben met elkaars vrienden;
  • de politie tot driemaal toe niemand kan aantreffen in de woning van V.H.;
  • N. de Vreemdelingenwet niet nauw neemt terwijl zij ook onjuiste verklaringen hierover aflegt;
  • N. verklaart dat de beslissing om te huwen is genomen op het moment dat zij niet meer wou terugkeren naar Brazilië’.

Bijzondere aan deze zaak is dat V. H. en N. die nochtans zelf beroep hadden aangetekend bij het hof, niet opdaagden op de pleitzitting. Alhoewel hogervermelde omstandigheden reeds voldoende waren om tot een schijnhuwelijk te besluiten somt het hof nog deze bijkomende omstandigheden ten overvloede aan:

Die omstandigheden/elementen zijn inzonderheid:

  • de voormelde pertinente vaststellingen/overwegingen van de eerste rechter die het hof beaamt en tot de zijne maakt;
  • het feit dat V.H. inmiddels elke verwijzing naar N. op zijn facebookprofiel heeft verwijderd zoals blijkt uit de door DE AMBTENAAR aangereikte gegevens;
  • het feit dat V.H. niet reageert op een aangetekende brief van de advocaat van DE AMBTENAAR met de vraag of hij de procedure nog wil verder zetten;
  • het gegeven dat V.H. niet (meer) reageert/concludeert/verschijnt ter terechtzitting na de (voor ontvangst afgetekende) persoonlijke kennisgeving van de beschikking conclusietermijnen/rechtsdag terwijl de aan N. verstuurde gerechtsbrief niet is afgehaald.

Het hof is van oordeel dat het geheel van de voorliggende elementen, samen in hun context genomen, blijk geeft van het gebrek bij minstens een van de kandidaat-echtgenoten van de intentie om duurzaam met de andere samen te leven.’

Referentie Gent 21 september 2023, nr. 2023/5984 (PUB509202)

Deel dit artikel