Kortrijk
Bewolkt
12° - 21°
Antwerpen
Bewolkt
13° - 21°
Blog
Blog
28 februari 2011  | Publius

Milieustakingswet in overeenstemming met de Grondwet

In een arrest van 24 februari 2011 (29/2011) diende het Grondwettelijk Hof zich uit te spreken over de vraag of de federale milieustakingswet in overeenstemming is met de Grondwet. Meer in het bijzonder rees de vraag of de omstandigheid dat op grond de federale milieustakingswet ten allen tijde een herstelvordering inzake stedenbouw (en exploitatieverboden) kan opgelegd worden, geen afbreuk doet aan de gewestelijke bevoegdheden inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening. De Vlaamse decreetgever heeft voor dergelijke vorderingen immers voorzien in een specifieke verjaringstermijn en heeft een dergelijke vordering afhankelijk gemaakt van specifieke voorwaarden en modaliteiten (zoals bv. het inwinnen van het advies van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid en de termijnen waarbinnen een herstelvordering moet ingeleid worden). De federale milieustakingswet maakt abstractie van deze decretale regels.

Het Hof besluit echter dat de milieustakingswet de bevoegdheidsverdelende regels tussen de federale overheid en de gewesten niet schendt. Het Hof bevestigt vooreerst dat het bepalen van een maatregel die een rechter mag bevelen -zoals het herstel- toekomt aan de overheid die bevoegd is om de aangelegenheid te regelen. Toch behoort het volgens het Hof ook tot de essentie van de bevoegdheden van de rechtbanken, waarvoor de federale overheid bevoegd is, om onwettige handelingen in het algemeen te doen ophouden of voorkomen.

Het Hof besluit vervolgens dat de milieustakingswet geen onevenredige inbreuk pleegt op de gewestelijke bevoegdheid. Het Hof overweegt: "Nu het opleggen van herstelmaatregelen, wat de reeds voltrokken overtredingen betreft die geen verdere schade aan het leefmilieu veroorzaken, aan de bevoegdheid van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te ontsnappen, laat zijn optreden de beoordelingsruimte die de bevoegde gewestelijke overheden genieten inzake de keuze van de herstelmaatregelen, onaangetast." Het Hof bevindt de milieustakingswet dus slechts in overeenstemming met de bevoegdheidsverdelende regels in de mate dat ze geen betrekking heeft op reeds voltrokken overtredingen die geen verdere schade aan het leefmilieu veroorzaken.

Het Hof oordeelt eveneens dat de milieustakingswet niet strijdig is met het gelijkheids- en non-discrimantiebeginsel en de milieustandstill van art. 23 Grondwet. Het Hof merkt wel op dat het feit dat een inwoner van een gemeente een milieustakingsvordering kan instellen namens de gemeente (art. 194 Gemeentedecreet), niet belet dat de gemeente zich ook laat bijstaan door een zelf gekozen advocaat. Bepaalde feitenrechters hielden er in het verleden een andere visie op na.

meer info: jvanpraet@publius.be

Zie ook J. VANPRAET, "De bevoegdheden van de gemeenschappen en gewesten inzake rechtsbescherming" TBP 2010, 607-621.

Deel dit artikel