Kortrijk
Zonnig
15° - 28°
Antwerpen
Bewolkt
16° - 29°
Blog
Blog
27 december 2012  | Dirk Van Heuven

Hof van Cassatie bevestigt: geen milieustakingsprocedure bij lopende procedure Raad van State

Eerder hebben we u bericht over de uitspraak van de milieustakingsrechter te Mechelen van 19 november 2009 die stelde dat van de gemeente niet kan verwacht worden dat deze reeds een milieustakingsvordering voor de kortgedingrechter zou indienen, alvorens het resultaat af te wachten van de procedure voor de Raad van State aangaande de door haar zelf verleende bouwvergunning. Er was, aldus de milieustakingsrechter, geen sprake van enig stilzitten of in gebreke blijven van de gemeente. Het hof van beroep te Antwerpen bevestigde deze uitspraak in een arrest van 28 juni 2011.

En nu komt de uitspraak van het Hof van Cassatie:

‘1. Artikel 194 Gemeentedecreet, in de versie zoals gewijzigd door het decreet van 14 maart 2008, bepaalt: ‘Als het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad niet in rechte optreden, kunnen een of meer inwoners in rechte optreden namens de gemeente, mits zij onder zekerheidsstelling aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden uitgesproken.
Dit recht staat ook open voor de rechtspersonen waarvan de maatschappelijke zetel in de gemeente is gevestigd.
De gemeente kan over het geding geen dading aangaan of er afstand van doen zonder instemming van degene die het geding in haar naam heeft gevoerd.’


2. De rechtsvordering van een of meer inwoners namens de gemeente is slechts ontvankelijk wanneer de gemeente in gebreke blijft om in rechte op te treden. Of zulks het geval is, wordt door de rechter beoordeeld in feite, rekening houdend met de omstandigheden van de zaak.

3. De appelrechters stellen vast dat er een vordering tot nietigverklaring en schorsing van de vergunning hangende is voor de Raad van State en oordelen dat van de gemeente niet kan worden verwacht dat zij ‘vooraleer over de vordering bij de Raad van State uitspraak werd gedaan, een stakingsvordering of een andere maatregel nam ten aanzien van de houder van de vergunning’ en niet wordt aangetoond dat ‘er een dermate grote dreiging bestond voor de aantasting van het leefmilieu dat het instellen van een stakingsvordering noodzakelijk was vooraleer de Raad van State zijn oordeel zou hebben geveld.’

4. Door op grond hiervan te oordelen dat de gemeente niet in gebreke is gebleven om in rechte op te treden, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.
Het middel kan niet worden aangenomen’.

Deze redenering gaat natuurlijk mutatis mutandis op bij een procedure voor een ander rechtscollege, zoals de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Deel dit artikel