Kortrijk
Bewolkt
11° - 22°
Antwerpen
Bewolkt
13° - 23°
Blog
Blog
28 april 2010  | Dirk Van Heuven

Het lot van slecht opgemaakte procedurestukken

Het Hof van Cassatie maakt korte metten in een arrest met slecht opgemaakte conclusies:

"4. De appelrechters oordelen dat:
- het op 31 mei 2007 door de eiseres neergelegd geschrift niet voldoet aan het
begrip ‘conclusie’ in de zin van artikel 741 van het Gerechtelijk Wetboek;
- het enkel een opsomming bevat van teksten die niet allen betrekking hebben op
de zaak;
- delen van conclusies uit andere zaken klakkeloos werden overgenomen zonder
enige relevantie in onderhavige zaak;
- de aangehaalde rechtsleer en rechtspraak er integraal deel van uitmaakt wat een
nader onderzoek van deze rechtsbronnen veronderstelt, terwijl deze gegevens
in werkelijkheid oncontroleerbaar zijn;
- het neerleggen van dergelijk geschrift een schending van de rechten van
verdediging uitmaakt, niet ernstig te noemen is en indruist tegen alle principes
van de goede trouw in de procesvoering;
- de bijlage bij die conclusie al even onsamenhangend is als de conclusie zelf;
- hetgeen naar aanleiding van de pleidooien mondeling werd uiteengezet totaal
afwijkt van het schriftelijk verweer.

5. Door op die gronden de appelconclusie van de eiseres van 31 mei 2007 uit
het debat te weren, geven de appelrechters te kennen dat de eiseres haar recht van
verdediging en haar recht om te concluderen uitoefent zonder redelijk en afdoend
belang en op een wijze die de perken van de normale uitoefening ervan door een
voorzichtig en zorgvuldig persoon kennelijk te buiten gaat.

6. Zij verantwoorden aldus hun beslissing naar recht en schenden hierbij de in
het onderdeel aangevoerde bepalingen en rechtsbeginselen niet.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen".


Besluit. Slecht opgemaakte besluiten voor een rechtbank of een hof, hetzij omdat ze onleesbaar zijn of onbegrijpelijk, hetzij omdat er te kwistig en verkeerdelijk copy-paste werd gedaan, mogen geweerd worden. De erin opgenomen middelen (argumenten) moeten niet beantwoord worden.

Referentie: Cass. 4 maart 2010, nr. C.08.0324.N/1

Deel dit artikel