Kortrijk
Regen
4° - 8°
Antwerpen
Regen
5° - 10°
Blog
Blog
01 juli 2015  | Dirk Van Heuven

De leer van de verzwaring van de schade hoort niet thuis in het stedenbouwhandhavingsrecht

Tot deze conclusie komt het hof van beroep te Gent in een niet gepubliceerd arrest van 12 juni 2015 waarin de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur nog maar eens een proefballonetje opliet en meer in het bijzonder de leer van de verzwaring van de schade zoals bedoeld in artikel 2262 bis, §1, lid 2 BW inriep om stednebouwinbreuken ‘onverjaarbaar’ te maken.

Het hof reageerde als volgt:

‘Verzwaring van de schade’ zoals bedoeld bij art. 2262 bis, §1, lid 2 B.W. onderstelt één feit/fout dat schade veroorzaakt, waarbij de schade veroorzaakt door dat feit/deze fout na verloop van tijd toeneemt. In onderhavig geval blijkt niet dat de schade aan de ruimtelijke ordening, veroorzaakt door het feit/de fout gepleegd in de periode 1994-1995 naderhand verzwaard zou zijn; de GSI roept integendeel nieuwe feiten in, enerzijds gepleegd op en omstreeks 15 maart 2004 (nl. de oprichting van de constructie (2)) en anderzijds gepleegd na laatstgenoemde datum (m.n. de oprichting van constructies (3) en (4)), die op hun beurt van aard zijn geweest (bijkomende) schade aan de plaatselijke ruimtelijke ordening te berokkenen. Daarbij is het (zoals gezegd) zo dat de GSI zich niet beroept en kan beroepen op (strafrechtelijke) samenloop (in de zin van art. 65 S.V.) tussen het feit uit 1994-95 en de nieuwe feiten vastgesteld bij P.V. van 15 maart 2004 enerzijds en bij P.V. van 24 juli 2009 anderzijds; het bepaalde in art. 2262bis, §1, lid 2 BW is niet van aard om in een soort civiele samenloop te voorzien van verschillende van elkaar te onderscheiden feiten (die nb. In onderhavig geval zelfs niet alle door dezelfde personen zijn gepleegd), van aard om het aanvangstijdstip van de verjaring voor al deze feiten uit te stellen tot aan de kennisname door de schadelijder (hier de GSI) van de door het laatste feit verwekte schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon of personen. Daaraan doet geen afbreuk dat kan worden gesteld dat de schade die elk van de feiten heeft veroorzaakt de goede ruimtelijke ordening zoals zij zich op eenzelfde perceel voordoet (bijkomend) aantast.’

Gent, 12 juni 2015, AR 2012/AR/331, ng. (Pub502101-1)

Deel dit artikel