Kortrijk
Bewolkt
12° - 21°
Antwerpen
Bewolkt
13° - 21°
Blog
Blog
27 november 2013  | Dirk Van Heuven

Bemiddeling: Raad voor Vergunningsbetwistingen versus de Raad van State?

Met het decreet van 6 juli 2012 houdende de wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd de mogelijkheid tot bemiddeling geïntroduceerd en dit zolang het beroep niet in beraad is genomen.

De onderafdeling 4 ‘Bemiddeling’ in de VCRO luidt als volgt:

‘Art. 4.8.5. §1. Ter oplossing van een voor de Raad gebrachte betwisting kan de Raad op gezamenlijk verzoek van de partijen of op eigen initiatief maar met akkoord van de partijen met een tussenuitspraak een bemiddeling bevelen zolang het beroep niet in beraad is genomen.
§2. Bij inwilliging van het verzoek tot bemiddeling zendt de griffier onmiddellijk een afschrift van het tussenarrest, vermeld in paragraaf 1, aan de partijen en aan de bemiddelaar.
Als bemiddelaar kunnen door de Raad worden aangewezen: raadsleden, aanvullende raadsleden, griffiers, leden van het ondersteunend personeel of derden die door de partijen gezamenlijk worden voorgesteld.
De bemiddelaar dient te voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° hij heeft een grondige kennis van en nuttige ervaring in het domein van het Vlaamse recht betreffende de ruimtelijke ordening;
2° hij doet blijken van een voor de bemiddelingspraktijk passende vorming;
3° hij biedt de noodzakelijke waarborgen voor een onafhankelijke en onpartijdige bemiddeling;
4° hij heeft geen strafrechtelijke veroordelingen of tuchtrechtelijke sancties opgelopen die onverenigbaar zijn met de uitoefening van de functie van bemiddelaar.
Tijdens de bemiddeling probeert de bemiddelaar een directe dialoog tot stand te brengen tussen de partijen en verleent hij ondersteuning voor een goed verloop van de dialoog. De bemiddeling verloopt volgens de volgende principes:
1° vrijwilligheid;
2° onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de bemiddelaar;
3° vertrouwelijkheid.
De bemiddelaar kan ook derden bij de bemiddelingspoging betrekken.
§3. Zo de bemiddeling tot een bemiddelingsakkoord leidt, kunnen de partijen of één van hen de Raad verzoeken dat akkoord te bekrachtigen.
De Raad kan de bekrachtiging alleen weigeren indien het akkoord strijdig is met de openbare orde, regelgeving of stedenbouwkundige voorschriften.
Bij ontbreken van een bemiddelingsakkoord of als de Raad vaststelt dat de randvoorwaarden voor een geslaagde bemiddeling niet of niet langer zijn vervuld, wordt bij tussenarrest de voortzetting van de jurisdictionele procedure bevolen.
§4. Een verzoek tot bemiddeling schorst de proceduretermijnen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek door de Raad tot:
1° de datum van bekrachtiging van het bemiddelingsakkoord, vermeld in paragraaf 3, eerste lid;
2° de dag na de betekening van het tussenarrest, vermeld in paragraaf 3, derde lid.
§5. Na het advies van de Raad te hebben gevraagd, bepaalt de Vlaamse Regering alle aanvullende maatregelen betreffende de organisatie van de bemiddeling die voor de uitvoering van deze onderafdeling nodig zijn, onder meer:
1° de vormvereisten waaraan een verzoek tot bemiddeling moet voldoen;
2° de mogelijkheid tot regularisatie van de vereisten, vermeld in punt 1°;
3° termijnen van de bemiddeling.’

In het wetsontwerp voor de Raad van State, dat thans ter behandeling voorligt, lijkt - de Franstalige tekst levert wat twijfel op en ook minister Milquet suggereert op haar website anders- géén vergelijkbare bepaling voor te komen (zie artikel 30). Enkel een tussenkomst bij de federale ombudsman zou een schorsende werking hebben.

Misschien kan dit nog rechtgezet worden..

Deel dit artikel