Kortrijk
Regen
4° - 8°
Antwerpen
Regen
5° - 10°
Blog
Blog
26 juni 2015  | Dirk Van Heuven

Verklaring van openbaar nut en 'bebouwde grond'

In een arrest nr. In een arrest nr. 231.589 van 16 juni 2015 is de Raad van State streng voor de verzoekers die zich verzetten tegen een ministerieel besluit waarbij de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur van openbaar nut wordt verklaard:

'Artikel 10 van de Gaswet luidt als volgt:

“Na onderzoek kan de Koning van openbaar nut verklaren het oprichten van een gasvervoerinstallatie onder, op of boven private gronden die niet bebouwd zijn en die niet omsloten zijn met een muur of met een omheining die overeenkomt met de bouw- of stedenbouwverordeningen. Deze verklaring van openbaar nut verleent aan de houder van een vervoervergunning, ten voordele van wie zij wordt gedaan, het recht gasvervoerinstallaties op te richten onder, op of boven deze private gronden, het toezicht op deze installaties te houden en de werken uit te voeren die nodig zijn voor de werking en het onderhoud ervan, onder de voorwaarden welke in die verklaring zijn genoemd. Met de uitvoering van de werken mag eerst een aanvang worden gemaakt twee maanden nadat de belanghebbende eigenaars en huurders op de hoogte zijn gebracht bij ter post aangetekend schrijven.”

(...)

In een tweede onderdeel stellen de verzoekers dat de zone van openbaar nut bovendien bebouwd is, aangezien er zich een carport bevindt. De vermelding in het bestreden besluit dat deze onvergund is, brengt de verzoekers tot de “bedenkingen” dat het “te kort door de bocht” is om te stellen “dat de carport geheel onvergund is [...] in acht genomen de stedenbouwkundige vergunning van 27 januari 2004”, dat “de carport [...] niet het voorwerp uit[maakt] van welkdanige herstelvordering” en “in het vergunningenregister [...] niet bekend [is] als zijnde in overtreding”, en dat “artikel 10 van de wet van 12 april 1965 [niet] bepaalt [...] dat het om vergunde bebouwing moet gaan”.

(...)


De verzoekers betwisten niet dat de inplanting van de carport niet conform de stedenbouwkundige vergunning van 27 januari 2004 is en zij stellen evenmin dat deze vergunbaar zou zijn. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de inplanting van de carport niet conform de voormelde stedenbouwkundige vergunning is en dat bovendien de 5 meter brede erfdienstbaarheidsstrook (ruimingstrook) ten opzichte van de Disgracht, zijnde een bouwvrije strook, niet werd gerespecteerd. De verzoekers kunnen zich niet met goed gevolg op deze onvergunde carport beroepen om het bebouwde karakter van hun perceel te staven en op grond hiervan de schending van artikel 10 van de Gaswet in te roepen'.

Deel dit artikel