Kortrijk
Regen
4° - 8°
Antwerpen
Regen
5° - 10°
Blog
Blog
20 november 2010  | Dirk Van Heuven

Raad van State verrast opnieuw. Het Interministerieel Comité voor de Distributie - en hetzelfde geldt voor het college van burgemeester en schepenen - moet zelf niet met alle wettelijke criteria rekening houden!

Artikel 7 van de Handelsvestigingenwet luidt als volgt:
"§ 1. Wanneer het ontwerp van handelsvestiging een netto handelsoppervlakte beslaat die groter is dan 1 000 m2, betekent het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie haar met redenen omkleed advies aan de aanvrager en aan het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van vijfendertig dagen vanaf de aflevering van het ontvangstbewijs van het volledig dossier of van de afloop van de termijn voor de betekening, bedoeld in artikel 6, § 2.
§ 2.Bij het opstellen van het advies moet de ruimtelijke ligging van de handelsvestiging, de bescherming van het stedelijk milieu en de bescherming van de consument, alsook het respect voor de sociale wetgeving en het arbeidsrecht in aanmerking worden genomen. De Koning kan deze criteria aanvullen of verduidelijken door een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

(...)"

Nog maar op 29 december 2009 werd de wijziging van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Door de nieuwe wet worden 3 van de 4 criteria van de Handelsvestigingenwet gewijzigd. Wanneer de oude en nieuwe wettelijke criteria naast elkaar worden geplaatst geeft dit het volgende beeld :

•VROEGER: de ruimtelijke ligging van de handelsvestiging
•NU : de ruimtelijke ligging van de handelsvestiging

•VROEGER : de belangen van de consumenten
•NU : de bescherming van de consument

•VROEGER : de invloed van het ontwerp op de werkgelegenheid
•NU : het respect voor de sociale wetgeving en het arbeidsrecht

•VROEGER : de gevolgen van het ontwerp op de bestaande handelszaken
•NU : de bescherming van het stedelijk milieu

De vraag stelde zich of de verplichting om te toetsen aan de (nieuwe) wettelijke criteria ook rechtstreeks geldt voor de over de sociaal-economische vergunning beslissende instanties, namelijk het college van burgemeester en schepenen en het Interministerieel Comité oor de Distributie.

Het antwoord van de Raad van State in het arrest nr. 205.676 van 24 juni 2010 verrast in haar duidelijkheid:

"Noch artikel 7, §1 van de wet van 13 augustus 2004, noch artikel 7 van het koninklijk besluit van 22 februari 2005 is van toepassing op de beslissing van het Interministerieel Comité voor de Distributie met betrekking tot een aanvraag voor een vergunning voor een handelsvestiging.Deze artikelen hebben betrekking op het advies van het Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie".

Velen, waaronder ikzelf, zagen dit anders ...
Tot nu.

Deel dit artikel