Kortrijk
Bewolkt
12° - 21°
Antwerpen
Bewolkt
13° - 21°
Blog
Blog
16 februari 2015  | Dirk Van Heuven

Ook ondergrondse constructies moeten (planologisch) bestemmingsconform zijn

In het arrest nr. A/2015/0056 van 10 februari 2015 diende de Raad voor Vergunningsbetwistingen zich uit te spreken over de vraag of ondergrondse constructies – in casu waterput – in overeenstemming met de planologische bodembestemming moeten zijn.

Ziehier het antwoord van de Raad voor Vergunningsbetwistingen:

‘In een derde onderdeel van het eerste middel bekritiseert de verzoekende partij volgende overwegingen in de bestreden beslissing:

‘... De aanvraag is voor wat betreft de zuivere inplanting van de woning principieel in overeenstemming met de voorschriften van het geldend gewestplan, zoals hoger omschreven.
Voorliggend project voorziet echter in een bebouwing waarbij de achtergevel zich tot op de 50 m-grens met het landschappelijk waardevol agrarisch gebied bevindt en de tuinzone, inclusief de riolering, regenwaterput en het terras zich bijgevolg volledig in dit achterliggende landschappelijk waardevol agrarisch gebied situeren.
Mits uitsluiting van de terrassen, het enige bovengrondse deel van de in agrarisch gebied gelegen constructies, is het gevraagde in overeenstemming met het geldende gewestplan.
...’.

Klaarblijkelijk gaat de verwerende partij ervan uit dat enkel bovengrondse constructies in overeenstemming met het gewestplan dienen te zijn.

De stelling van de verzoekende partij, met name dat ook ondergrondse constructies aan de stedenbouwkundige voorschriften moeten beantwoorden, dient bevestigd te worden, zoals blijkt uit de definitie van een constructie in artikel 4.1.1.3° VCRO:

‘... een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting, een verharding, een publiciteitsinrichting of uithangbord, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, of is het goed volledig ondergronds ...’.

De verwerende partij diende dan ook in de bestreden beslissing na te gaan of de ondergrondse constructies gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied in overeenstemming zijn met de stedenbouwkundige voorschriften wat zij evenwel heeft nagelaten.

Het onderzochte onderdeel van het eerste middel is gegrond.’

Referentie: PUB502647

Deel dit artikel