Kortrijk
Bewolkt
13° - 19°
Antwerpen
Regen
13° - 19°
Blog
Blog
04 juni 2010  | Dirk Van Heuven

Milieustakingsvorderingen: gemeenten, wees op uw hoede

Een van de meest gevaarlijke procedures voor gemeenten is zeker de substituerende milieustakingsprocedure.

De Kortrijkse milieustakingsrechter heeft op 3 juni 2010 uitgesproken over een zaak waarin de gemeente, bij monde van meerdere inwoners, opkwamen tegen het “eigen” crematorium (uitgebaat door een intergemeentelijk samenwerkingsverband waarbinnen de gemeente de hoofdaandeelhouder is en gelegen op een grond vererfpacht door de gemeente).

De Kortrijkse milieustakingsrechter behandelt de talrijke excepties die opgeworpen werden:

- de rechtbank bevestigt dat er een concreet bewijs moet geleverd worden om gemeente-inwoner te zijn. Een loutere adresvermelding op de dagvaarding volstaat niet.

- het aanbod van de gemeente-inwoners om in te staan voor de betaling van de kosten (rechtsplegingsvergoeding, vordering wegens tergend en roekeloos geding, schade indien de beschikking in eerste aanleg uitgevoerd wordt, maar hervormd wordt in graad van beroep) volstaat. Een effectieve zekerheidstelling is volgens de milieustakingsrechter niet nodig.

- er moet niet overgegaan worden tot inschrijving van de milieustakingsvordering op het hypotheekkantoor, zelfs indien het reële voorwerp van de milieustakingsvordering het herstel in de vorige toestand is

- de omstandigheid dat het inwilligen van de vordering tegen de gemeentebelangen kan indruisen (als deelnemer aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband en als erfverpachter) belet niet dat de gemeente-inwoners namens de gemeente de milieustakingsvordering kunnen voeren

- de loutere omstandigheid dat de gemeente niet heeft gereageerd op de ingebrekestelling, voorafgaandelijk aan de milieustakingsvordering, volstaat als bewijs dat de gemeente in gebreke is gebleven. Aldus oordeelt de Kortrijkse milieustakingsrechter, anders de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen (zie ons eerder bericht: “Geen milieustakingsprocedure bij lopende procedure Raad van State”) van 10 februari 2010

- de gemeente wordt zelfs ontzegd om tussen te komen in de procedure en wel omdat zij de stellingname van de eisende partij niet bijtreedt

De combinatie van de milieustakingswet, met de substitutieregeling van art.194 Gemeentedecreet met wettigheidsexceptie van art.159 Grondwet is een door de wetgever ongewilde, maar explosieve cocktail die bijzonder nadelig kan uitvallen voor de gemeente. Om het met een boutade te zeggen: niets belet dat gemeente-inwoners namens de gemeente ... opkomen tegen de stedenbouwkundige vergunning voor het nieuwe gemeentehuis! Dit gezegd zijnde, is de discussie m.b.t. de talrijke excepties die kunnen opgeworpen worden tegen de milieustakingsvordering nog niet uitgeklaard. Desbetreffend dienen nog een aantal uitspraken verwacht worden van de hoven van beroep en vooral van het Hof van Cassatie.

De Kortrijk milieustakingsrechter stelt zich terecht terughoudend op wanneer de wettigheidsexceptie van art.159 Grondwet wordt ingeroepen:

“Wanneer de burgerlijke rechter een overheidsbeslissing controleert op haar wettigheid, dan mag hij zich evenwel niet in de plaats stellen van het bestuur wanneer dit bestuur gebruik heeft gemaakt van de haar toegekende beoordelingsbevoegdheid. Bij een gebonden bevoegdheid is de wettigheidscontrole volledig. Bij een discretionaire bevoegdheid van de overheid zal de rechter daarentegen de overheidshandeling enkel marginaal toetsen op haar redelijkheid en behoorlijkheid. De rechter mag de opportuniteit van de beslissing niet beoordelen en mag slechts de discretionaire beoordelingsmarge van de overheid marginaal toetsen aan het redelijkheidsbeginsel. De onredelijkheid van de beslissing moet zo evident zijn dat het overeenstemt met een algemeen gedeelde rechtsovertuiging en dat geen twijfel is over de onjuistheid van het overheidsoptreden”.

In casu kwam de milieustakingsrechter tot de conclusie dat de onwettigheid van de verleende vergunningen niet afdoende wordt bewezen door eisers, die in deze bewijslast dragen.

De vordering wegens tergend en roekeloos geding wordt verworpen, maar er wordt wel een verhoogde rechtsplegingsvergoeding toegekend.

Men stelt zich de vraag of art.194 Gemeentedecreet nog wel van deze tijd is.

Deze substitutieregeling werd in 1836 door de Belgische wetgever ingeschreven op een ogenblik dat zowel de rechtsbescherming van de burger als het bestuurlijk toezicht op gemeentehandelingen veel minder uitgebreid was dan vandaag. Thans kiezen (misbruiken?) burgers voor milieustakingsvorderingen om een aantal ontvankelijkheidsklippen te omzeilen van de reguliere procedures, in het bijzonder de gewone kortgedingprocedure (o.a. voor wat betreft de belangenvereiste en de belangenafweging).

Zeg vooral niet dat het verdrag van Aarhus de substituerende milieustakingsprocedure zou verplichten. In Nederland, bijvoorbeeld, bestaat dergelijke substitutieregeling niet. Een kort telefoontje met onze Nederlandse correspondent maakt dat dergelijke regeling zelfs als absurd en choquerend wordt bevonden.

Een wetgevend initiatief dringt zich op.

Referentie: Vz. Rb. Kortrijk, 3 juni 2010, ng (PUB 501437-5)

Deel dit artikel