Kortrijk
Regen
4° - 8°
Antwerpen
Regen
5° - 10°
Blog
Blog
11 augustus 2015  | Dirk Van Heuven

Hoe voorkomen dat de GSI niet weet wat de GSA weet?

Velen onder de stedenbouwkundige handhavingsspecialisten zullen al geconfronteerd zijn met het argument van de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur dat hij niet weet wat de gemeentelijk stedenbouwkundige ambtenaar wél weet.

Zo is het mogelijk dat de herstelvorderende GSI een wettigheidsexceptie op grond van artikel 159 Grondwet opwerpt tegen een stedenbouwkundige vergunning, die nochtans niet beroepen werd door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar. Plots maakt het gelukzalige gevoel dat het huis van uw cliënt gered is plaats voor vrees dat de carroussel blijft lopen.

Hierbij een oplossing. Na het bekomen van de regulariserende stedenbouwkundig vergunning kunt u een aangetekende brief sturen naar de GSA én de GSI (met eenzelfde briefhoofding) waarin u hen beiden in kennis stelt van de regulariserende stedenbouwkundige vergunning en waarbij u aan de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur vraagt dat hij vooral advies verstrekt aan de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar met betrekking tot de wettigheid van de vergunning.

Voordeel is dat wellicht geen wettigheidsexceptie kan opgeworpen worden door de GSI in het kader van de staking- of herstelprocedure: Er moet toch nog enige ruimte zijn voor het redelijkheids- en vertrouwensbeginsel in het stedenbouwkundige handhavingsrecht? Nadeel is dat de kans op hoger beroep tegen de regularisatievergunning natuurlijk substantieel groter wordt ...

Deel dit artikel