Kortrijk
Regen
4° - 8°
Antwerpen
Regen
5° - 10°
Blog
Blog
23 oktober 2023  | Dirk Van Heuven

Geen wettige schorsing of opheffing een omgevingsvergunning mogelijk op initiatief van een gemeente

Artikel 92 van het Omgevingsvergunningsdecreet luidt:

‘De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, kan de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit volledig of gedeeltelijk schorsen of geheel of gedeeltelijk opheffen als de algemene, de sectorale of de bijzondere milieuvoorwaarden niet worden nageleefd. (...)'.

Opvallend is het verschil met artikel 83 van hetzelfde decreet, dat uitdrukkelijk bepaalt dat de bijstelling van het voorwerp of de duur van een omgevingsvergunning zowel ambtshalve als op gemotiveerd verzoek van het betrokken publiek of van de leidend ambtenaar van de adviesinstanties kan worden benaarstigd.

De Raad van State heeft in het belangwekkende arrest nr. 100.330 van 25 oktober 2001 op basis van een gelijkaardige regelgeving, uitdrukkelijk bevestigd dat een schorsing of opheffing van een milieuvergunning op verzoek van een derde onontvankelijk is:

‘Overwegende dat uit de hierboven aangehaalde bepalingen op het eerste gezicht niet blijkt dat de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen of derde-belanghebbenden, zoals omwonenden, een verzoek tot schorsing of opheffing van een milieuvergunning bij de daartoe bevoegde overheid, in casu de bestendige deputatie, kunnen indienen; dat wanneer zij dat toch doen, de bestendige deputatie prima facie een dergelijk verzoek als onontvankelijk dient af te wijzen; dat aldus na een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing -beslissing die de bestendige deputatie vermoedelijk als blijk van tegemoetkoming aan de omwonenden heeft genomen- zij niet op ontvankelijke wijze kan ingaan op het verzoek tot opheffing; dat dienvolgens verzoekers geen belang hebben bij het voorliggend schorsingsverzoek; dat de exceptie kan worden aangenomen’.

De Raad van State oordeelt dus uitdrukkelijk dat wanneer een verzoek tot schorsing uitgaat van een gemeentebestuur, dit moet worden afgewezen als onontvankelijk.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen zag dit anders in het niet-schorsingsarrest nr. RvVb-UDN-1920-1048 van 24 juli 2020:

‘1. Zoals bepaald in artikel 92, eerste lid van het Omgevingsvergunningsdecreet, ligt de bevoegdheid om de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit volledig of gedeeltelijk te schorsen dan wel op te heffen in handen van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 van het decreet. Artikel 15, §1 van het decreet bepaalt voor welke aanvragen de Vlaamse regering dan wel de gewestelijke omgevingsambtenaar, de deputatie en het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg bevoegd is.

Als de bevoegde overheid het initiatief neemt om een schorsings- of opheffingsprocedure in te leiden, brengt ze de vergunninghouder of exploitant van dat initiatief met een beveiligde zending op de hoogte, zoals bepaald in artikel 92, tweede lid van het Omgevingsvergunningsdecreet.

2. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen op 26 september 2019 beslist heeft om de procedure tot schorsing van de betrokken milieuvergunningen op te starten. Het wordt niet betwist dat de deputatie de daarvoor bevoegde overheid is.

De verzoekende partij heeft het op het eerste gezicht bij het verkeerde eind waar zij betoogt dat het college van burgemeester en schepenen van de stad D. het “formele initiatief” genomen heeft om de schorsingsprocedure op te starten. De brief van 10 september 2019 namens het college waarin de deputatie verzocht wordt om de mogelijkheid van een schorsing te onderzoeken, is geen “initiatief” om de schorsingsprocedure te starten, maar een verzoek aan de bevoegde overheid om initiatief te nemen en haar bevoegdheid aan te wenden. Artikel 92 van het Omgevingsvergunningsdecreet sluit prima facie niet uit dat de deputatie beslist om de haar wettelijk opgedragen bevoegdheid uit te oefenen op vraag van het college van burgemeester en schepenen. Een beslissing om tot een schorsings- of opheffingsprocedure over te gaan, zo moet worden aangenomen, wordt genomen op basis van een dossier, van gegevens en vaststellingen die de deputatie ter kennis gebracht worden. Het valt niet in te zien waarom het onrechtmatig zou zijn dat de deputatie de gegevens en bevindingen van het college van burgemeester en schepen - als lokaal bestuur goed geplaatst om de deputatie in te lichten over de problemen die een hinderlijke inrichting plaatselijk veroorzaakt - in aanmerking neemt bij de afweging of ze al dan niet een procedure inleidt'.

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermode, gevat door een schadevergoedingsaanspraak in de zaak waarop het niet-schorsingsarrest van de RvVb betrekking heeft, analyseert de feiten in een vonnis van 13 oktober 2023 anders:

Zoals eiseres laat gelden heeft de Raad van State op 25 oktober 2001 geoordeeld dat een gemeente, handelend door welk orgaan ook, geen verzoek tot schorsing of opheffing van een milieuvergunning kan indienen bij de bestendigde deputatie. Daartegen stellen de stad D. en OOST-VLAANDEREN dat de Raad voor Vergunningenbetwistingen geoordeeld heeft dat de brief van de stad D. aan OOST-VLAANDEREN geen verzoek tot schorsing was maar wel een verzoek tot uitoefening van de wettelijk toegewezen macht.

Zoals al aangegeven geldt geen negatief gezag van gewijsde. Deze rechtbank kan dat dus anders beoordelen vanuit een burgerlijkrechtelijk oogpunt.

De rechtbank kan er immers niet omheen dat de kwalificatie die OOST-VLAANDEREN zelf kleeft aan de gewraakte brief van de stad D. in eerste instantie die van een "Verzoek" vervolgens die van een "suggestie" en tot slot die van een "vraag" is, "verzoek"/"suggestie"/"vraag" waarmee zij - de deputatie - zich "akkoord" verklaart. Zij verklaart dus zelf geen initiatief te nemen maar zich achter een initiatief te scharen. Dat is niet hetzelfde.

Het wettelijk stelsel dat de Raad van State schetst is eenvoudig: het lokale bestuur heeft de mogelijkheid een probleem te signaleren maar onthoudt zich daarbij van ieder commentaar aangaande de te nemen maatregelen. Pas wanneer de deputatie dat nodig vindt, zal zij het lokale bestuur contacteren om dat uit te nodigen beredeneerd advies te verlenen. In deze heeft de stad D. twee keer advies verleend: één keer vooraf en een tweede keer op verzoek van de deputatie’.

Ref. Rb. Dendermonde 13 oktober 2023, nr. 2023/8156 (PUB 508167-2)

Deel dit artikel