Kortrijk
Bewolkt
12° - 21°
Antwerpen
Bewolkt
13° - 21°
Blog
Blog
30 mei 2012  | Dirk Van Heuven

Beroepsrechter bevestigt: gemeente creëert geen “zeer gevaarlijke verkeerssituatie” door het ontbreken van bijzondere signalisatieborden

Reeds eerder hebben we u bericht over een vonnis van de politierechtbank te Kortrijk op 16 februari 2011 waarbij de vordering tegen de gemeente werd afgewezen.Er was, aldus eisende partij (in tussenkomst), op een “onoverzichtelijk kruispunt” een "verwarrende en zeer gevaarlijke situatie" door het ontbreken van bijzonder signalisatie (geen enkel verkeersbord dat de voorrang regelt, hetzij een verkeersbord B15, hetzij een verkeersbord B17), daar waar op de andere hoeken van het kruispunt wél een verkeersbord B17 was aangebracht. Daardoor was, aldus de eiser, de weg die toegang gaf tot de lokale begraafplaats, onzichtbaar en werd een ongeval veroorzaakt waarvoor de gemeente dan verantwoordelijk zou zijn.De politierechter besliste in eerste aanleg dat (a) de loutere omstandigheid dat er geen verkeerstekens waren aangebracht, noch binnen de bebouwde kom, noch buiten de bebouwde kom, geenszins een abnormaal gevaar vormt dat van aard is om het rechtmatig vertrouwen van de weggebruiker die op een normale wijze gebruik maakt van een rijbaan te verschalken en (b) bij afwezigheid van verkeerstekens het Wegverkeersreglement van toepassing blijft en er door de weggebruiker zodoende rekening dient gehouden te worden met voorrang van rechts.De beroepsrechter bevestigt:“Samen met de eerste rechter is deze rechtbank van oordeel dat de gemeente O. geen inbreuk op artikel 78 Wegverkeersreglement kan worden verweten aangezien er geen werken in uitvoering waren en er dan ook geen bijzondere signalisatie diende te worden voorzien.Krachtens artikel 135 § 2 van de Nieuwe Gemeentewet heeft de gemeente de verplichting om voldoende veilige wegen voor het verkeer open te stellen en te verhelpen aan ieder abnormaal gevaar. Het gaat hier niet om een resultaatsverbintenis.Bestuurder V.L. draagt de bewijslast dat het kruispunt abnormaal gevaarlijk was. Verwijzend naar de pertinente en omstandige redenering van de eerste rechter is deze rechtbank van oordeel dat het niet bewezen voorkomt dat het kwestieuze kruispunt abnormaal gevaarlijk was. Het hoekhuis en de haag maakten de rechts gelegen weg niet onvoorzienbaar en onzichtbaar. Daar waar de links gelegen Boomgaardstraat toch zeer duidelijk zichtbaar was, moet bestuurder V.L. toch ook de rechts gelegen openbare weg gezien hebben, die op de foto’s niet kan worden opgevat als onzichtbaar of als een private weg. Het is niet omdat de verbalisanten spreken van een “onoverzichtelijk kruispunt” dat de weg naar de begraafplaats onzichtbaar was.Uit de afwezigheid van verkeersborden kan niet zomaar een gevaarlijke situatie worden afgeleid aangezien in die omstandigheden de voorrang van rechts als regel dient te worden toegepast. De gemeente O. was er niet toe verplicht om op dat bewuste kruispunt een verkeersbord B17 te plaatsen. Zij verwijst daartoe naar artikel 8.9. van het Ministerieel Besluit van 11 oktober 1976 houdende de minimum afmetingen en bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens waaruit blijkt dat een dergelijk verkeersbord in een aantal gevallen moet geplaatst worden en dat dit in onderhavig geval niet toepasselijk is.V.L. draagt de bewijslast maar bewijst niet dat hij op een voorrangsweg reed en hij er mocht vanuit gaan dat hij voorrangsgerechtigd was over de ganse breedte van de rijbaan.Het vonnis van de eerste rechter wordt bevestigd in al zijn onderdelen.”Referentie Rb. Kortrijk, 15 mei 2012, ng. (referentie Pub502394)

Deel dit artikel