05/06/2021

Belangrijke milieu-investeringen = mildere bestraffing?

De 10de kamer van het Gentse hof van beroep meent alvast van niet:

'Verder gaan  de beklaagden ook al te zeer prat op de belangrijke investeringen die zij deden om het geurprobleem op te lossen. Deze investeringen zijn tenslotte vanzelfsprekend, gezien de geurhinder zich bij een correcte exploitatie in beginsel zelfs niet mocht voordoen en een inbreuk vormt. De in conclusies omstandig beschreven 'forse investeringen' in de geurproblematiek, doen geen afbreuk aan de vaststellingen inzake forse geurhinder.

De beklaagden stelden er zich van bewust te zijn dat het bedrijf X. een sterk hindergevoelige activiteit heeft. In de brief van 7 mei 2018 van hun advocaat wordt gesteld dat milieuhinder inherent is aan het productieproces (...) en dat 'alle bedrijven die in deze sector actief zijn, (allen te kampen hebben), in meerdere of mindere mate, met milieu-issues'. (...) De belangrijke maatschappelijke rol die de beklaagden zich met hun bedrijfsactiviteit toedichten en de verzuchting dat strenge straffen een foutief signaal voor sectorgenoten zouden zijn, alsof dan niemand meer de taak van (...) op zich zou willen nemen, is niet enkel een vorm van morele druk, doch is ook volstrekt misplaatst gezien de onmiskenbaar zeer grote welstand die de familiale industriële activiteit hen heeft opgeleverd, wat blijkt uit een blik op de KBO-data van X'.

Referentie: Gent 28 mei 2021, nr. 2021/1899 (PUB0509187)

Meer tags?