22/10/2015

Over het beginsel van het gewettigd vertrouwen

De schending van het beginsel van het gewettigd vertrouwen veronderstelt, aldus de Raad van State in een arrest nr. 226.017 van 10 januari 2014, drie voorwaarden, namelijk een fout van het bestuur, een verwachting die gewettigd veroorzaakt is tengevolge van deze fout én de ontstentenis van een dringende reden die toelaat terug te komen op deze erkenning.

In deze zaak stelde de Raad van State dat elke redelijke persoon gewettigd mag geloven dat de datum die vermeld is in de mededeling van de aanplakking van een stedenbouwkundige vergunning als zijnde de datum van aanvang van de beroepstermijn, eveneens de datum is van de eerste dag van de aanplakking.

Stel hier je vraag bij dit blogbericht


Dirk Van Heuven Lokale besturen Rechtsbeginselen
Meer tags?