01/06/2016

Aansprakelijkheidsregime statutair overheidspersoneel ook van toepassing op de bijzondere rekenplichtige van een politiezone

Althans zo oordeelde de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent in een recent vonnis:

'Artikel 30 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst (hierna afgekort WGP) bepaalt dat de ontvangsten en uitgaven van de politiezone worden gedaan door een bijzondere rekenplichtige die zijn taak in volle onafhankelijkheid moet kunnen uitoefenen. De bijzondere rekenplichtige is de financiële raadgever en de financiële beheerder van de lokale politie. Hij staat onder het gezag van het politiecollege. Hij heeft tot taak om, alleen en onder zijn verantwoordelijkheid, de ontvangsten van de politieoverheid te innen en tegen regelmatige bevelschriften de betaalbaar gestelde uitgaven te doen ten belope, hetzij van het bijzonder bedrag bepaald in elk artikel van de begroting, hetzij van het bedrag van de overeenkomstig artikel 248 van de nieuwe gemeentewet overgeschreven kredieten.

(...)

Artikel 2 van de wet van 10 februari 2003 bepaalt:

'Ingeval personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen, wier toestand statutair geregeld is, bij de uitoefening van hun dienst schade berokkenen aan de openbare rechtspersoon of aan derden, zijn zij enkel aansprakelijk voor hun bedrog en zware schuld. Voor lichte schuld zijn zij enkel aansprakelijk als die bij hen eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt.'

Volgens eiseres is deze wet niet toepasselijk op de bijzondere rekenplichtige van een politiezone. Volgens de andere partijen is dit wél het geval. 

De aan de verweten tekortkomingen hebben betrekking op (...). Deze tekortkomingen hebben dus geen verband met de taak van de bijzondere rekenplichtige die hij 'alleen en onder zijn verantwoordelijkheid' uitvoert in de zin van artikel 30 WGP (zie hoger randnummer 2). 

De rechtbank oordeelt dan ook dat de aansprakelijkheid van de verweerder ter zake dient beslecht overeenkomstig artikel 2 van de wet van 10 februari 2003.'

Referte: Rb. OVL-Gent 8 april 2016, AR 10/530/A, PUB505206
Meer tags?