15/03/2020

Over het planschade- en planbatenregister

Nog steeds bevat de VCRO de verplichting dat een ruimtelijk uitvoeringsplan een register, al dan niet grafisch, bevat waarop een bestemmingswijziging wordt doorgevoerd, die aanleiding kan geven tot een planschadevergoeding dan wel een planbaten, dan wel een compensatie in de zin van het grond- en pandendecreet moet bevatten.

Voor de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel werd opgeworpen dat een gemeente foutief heeft gehandeld door het planschaderegister niet als afzonderlijke bijlage te voegen bij een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, terwijl zou nagelaten zijn  om dit register afzonderlijk in het Belgisch Staatsblad te vermelden.

De rechtbank verwerpt de aanspraak:

De rechtbank stelt vast dat bij de toelichtingsnota  van het GRUP een bijlage werd gevoegd met de lijst van percelen die potentieel in aanmerking kwamen voor planschade, en dat hierop ook de percelen van de kinderen van mevrouw T. werden vermeld (met uitzondering van het perceel dat werd herbestemd naar een zone voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen).

In tegenstelling tot wat mevrouw T. voorhoudt, is het niet verboden om dit ‘planschaderegister’ niet als een afzonderlijk document bij het GRUP te voegen, maar (slechts) als bijlage bij de toelichtingsnota. Het wordt evenmin voorgeschreven dat bij de bekendmaking van het GRUP in het Belgisch Staatsblad uitdrukkelijk wordt vermeld dat het GRUP een ‘planschaderegister’ bevat.

De toelichtingsnota waarbij het register was gevoegd, werd samen met de rest van het ontwerp van het GRUP onderworpen aan openbaar onderzoek.

Er werd aldus voldaan aan alle wettelijke verplichtingen betreffende de opmaak en bekendmaking van dit ‘planschaderegister’. Er bestaat geen verplichting voor de opstellers van het GRUP om de eigenaars van ronden die worden vermeld in dit register individueel te verwittigen.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat mevrouw T. niet aannemelijk maakt dat indien in het Belgisch Staatsblad uitdrukkelijk melding was gemaakt van een ‘planschaderegister’, de rechtsvoorganger van haar kinderen hiervan kennis zou hebben genomen en op basis daarvan zou hebben beslist om dit register te gaan raadplegen om na te gaan of zijn gronden daarop zouden staan. Het wordt met andere woorden niet bewezen dat er tussen het aangevoerde gebrek aan publicatie en de schade waarvoor vergoeding wordt gevraagd (de planschadevergoeding die niet tijdig werd gevorderd) een oorzakelijk verband bestaat.’

Referentie: Rb; Brussel, 6 maart 2020, AR 2018/2601/A (Pub507410).

Stel hier je vraag bij dit blogbericht


Dirk Van Heuven Planschade & planbaten
Meer tags?