21/12/2016

Geen toets van een handelsvestigingsvergunningsaanvraag aan een Beleidsvisie Detailhandel mogelijk

Zo oordeelt de Raad van State in het arrest nr. 236.757 van 13 december 2016:

'Ofschoon de verwerende partij voorhoudt dat de planologische verenigbaarheid van het gevraagde, gelet op het bepaalde in de artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 22 februari 2005, enkel binnen het criterium van “de bescherming van het stedelijk milieu” en niet binnen het criterium van “de ruimtelijke ligging van de handelsvestiging” moet worden beoordeeld, heeft zij deze verenigbaarheid in de bestreden beslissing enkel onder de hoofding “[d]e inpassing van de handelsvestiging in de plaatselijke ontwikkelingsprojecten of binnen het kader van het stedenpatroon” van het laatst vermelde criterium onderzocht. Daarbij heeft de verwerende partij niet alleen het toepasselijke gewestplan en provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, maar ook de Beleidsvisie Detailhandel van de stad L. rechtstreeks bij de planologische toets betrokken, en heeft zij de aanvraag uitdrukkelijk geweigerd wegens het in de Beleidsvisie Detailhandel vooropgestelde verbod tot uitbreiding van bestaande grootschalige detailhandelszaken, als ware dit een stedenbouwkundig bestemmingsvoorschrift.

De verwerende partij wijst er in de bestreden beslissing zelf op dat de opmaak van het RUP “L-C”, dat zich naar de randvoorwaarden van de Beleidsvisie Detailhandel zal richten, eerst in januari 2015 werd aangevat. Niettegenstaande dit RUP derhalve nog geen gelding had, past zij deze beleidsvisie toe alsof het een reglementaire akte betrof. 6.4. De toepassing van de Beleidsvisie Detailhandel als een akte met reglementaire waarde in het kader van de planologische toets, houdt een motiveringsgebrek in en vitieert de bestreden beslissing'.

Stel hier je vraag bij dit blogbericht


Dirk Van Heuven Handelsvestigingen