15/11/2021

De Raad voor Vergunningsbetwistingen maakt voor de eerste keer gebruik van haar verruimde indeplaatsstellingsbevoegdheid

De Raad voor Vergunningsbetwistingen kon initieel overgaan tot vernietiging met indeplaatsstelling in geval van een volstrekt gebonden bevoegdheid voor het bestuur om het aangevraagde te weigeren. Aldus kan de Raad voor Vergunningsbetwistingen, wanneer de nieuw te nemen beslissing het gevolg is van een zuiver gebonden bevoegdheid van de verwerende partij (d.i. de vergunningsverlenende overheid die geoordeeld heeft over het administratief beroep), het arrest in de plaats stellen van die beslissing. Anders oordelen, zou afbreuk doen aan het beginsel van de scheiding der machten.

Zeldzame rechtspraak, geïnspireerd op de jurisprudentie van de Raad van State, voorzag hierop een nuancering in de zin dat er ook sprake kon zijn van een feitelijke of naderhand gebonden bevoegdheid.  

Dit werd nu onlangs, door het zogenaamde DBRC-Optimalisatiedecreet, wettelijk verankerd in artikel 37, §2 DBRC-Decreet, hetwelk luidt als volgt:

'Het Vlaams bestuursrechtscollege als vermeld in artikel 2, 1°, b), kan, als de nieuw te nemen beslissing, bevolen conform paragraaf 1, eerste lid, het gevolg is van een gebonden bevoegdheid van de verwerende partij, het arrest in de plaats stellen van die beslissing.

Onder het geval, vermeld in het eerste lid, worden ook de gevallen van feitelijke of naderhand gebonden bevoegdheid verstaan die volgen uit de toepassing van de regelgeving in het licht van de concrete gegevens en omstandigheden van het dossier.
'

De memorie van toelichting bij voormeld DBRC-Optimalisatiedecreet stelt:

'Het DBRC-decreet wordt dan aldus gewijzigd om te verduidelijken dat het ook kan gaan om situaties waarin de overheid initieel wel beschikte over een discretionaire bevoegdheid, maar deze bevoegdheid in de concrete omstandigheden van het geval redelijkerwijze gebonden blijkt te zijn. In dat geval is er sprake van een a posteriori oftewel naderhand gebonden bevoegdheid, waarbij de oorspronkelijk discretionaire bevoegdheid door de concrete omstandigheden is verdampt/versmald, opgebruikt. 

De feitelijke of a posteriori gebonden bevoegdheid volgt dan uit de werking van de wet in het licht van de concrete gegevens van het aan de vergunningverlenende overheid voorgelegde administratief dossier. Hieronder dient aldus ook de verdamping en motievenfuik te worden verstaan.'

In wat één van de eerste toepassingsgevallen moet zijn, vernietigt de Raad voor Vergunningsbetwistingen mét indeplaatsstelling, op grond van voormeld artikel én nadat wordt vastgesteld dat de oorspronkelijk appreciatiebevoegdheid van het betrokken bestuur omwille van twee voorgaande vernietigingsarresten volledig is ‘uitgehold’ zodat er een feitelijk gebonden bevoegdheid rest om het aangevraagde te weigeren (RvVb 21 oktober 2021, nr. RvVb-A-2122-0154). In het arrest motiveert de Raad het als volgt:

'De Raad heeft hierboven vastgesteld dat de verwerende partij er, na twee eerdere vernietigingen, opnieuw niet in slaagt om op basis van het dossier deugdelijke motieven te vinden waaruit blijkt dat de aanvraag verenigbaar is met de planologische bestemming en met de goede ruimtelijke ordening. Hieruit moet noodzakelijk worden afgeleid dat er materieel gezien geen motieven bestaan die een vergunning kunnen verantwoorden. Hierdoor is de appreciatiebevoegdheid van de verwerende partij feitelijk volledig uitgehold, zodat ze de aanvraag in het licht van de vigerende gewestplanbestemming en wegens onverenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening noodzakelijk moet weigeren.'

Benieuwd naar wat de toekomst zal brengen...

Meer tags?