29/12/2016

Daar is de archeologienota 'light'

Op 1 januari wordt de zeer bekritiseerde archeologienota (vertragend, duur en vaak nutteloos) bijgestuurd.  Op de website van het Agentschap Onroerend Erfgoed kan gelezen worden:

'Op 16 december 2016 keurde de Vlaamse Regering enkele wijzigingen aan de onroerenderfgoedregelgeving en de Code van Goede Praktijk goed. Deze wijzigingen hebben vooral implicaties voor alle lokale besturen, en zeker voor de erkende onroerenderfgoedgemeenten, en erkende archeologen. Zij ontvingen van ons de nodige informatie over de wijzigingen. De belangrijkste aanpassingen zetten wij graag even op een rij.

Waarom deze wijzigingen?

Het grootste deel van de wijzigingen aan de onroerenderfgoedregelgeving vloeit voort uit de implementatie van het kerntakenplan voor Onroerend Erfgoed.

In navolging van het Regeerakkoord 2014-2019 keurde de Vlaamse Regering op 17 juli 2015 de generieke besparingen en kerntakenplannen van de Vlaamse overheid goed. Het goedgekeurde kerntakenplan van het agentschap Onroerend Erfgoed bevat een aantal beslissingen die een aanpassing van de onroerenderfgoedregelgeving en andere regelgeving vroegen. Daarnaast werden ook enkele aanpassingen van technische of financiële aard doorgevoerd.

Nu de archeologieregelgeving ruim een half jaar van toepassing is, wordt bovendien een aantal aanpassingen aan de Code van Goede Praktijk en archeologieregelgeving doorgevoerd. Deze aanpassingen zijn tot stand gekomen in overleg met de Vlaamse Ondernemers in Archeologie (VONA) en komen tegemoet aan enkele bezorgdheden geuit door zowel de archeologische sector als andere sectoren.

De wijzigingen treden op 1 januari 2017 in werking.

(...)

De Code van Goede Praktijk 2.0

De introductie van de archeologienota met beperkte samenstelling. Hierdoor neemt de opmaak van een archeologienota minder tijd in beslag in bepaalde situaties waar geen archeologisch erfgoed aanwezig is, de bodemingrepen geen negatieve impact veroorzaken of een opgraving niet tot nuttige kenniswinst leidt.
De introductie van de assistent-aardkundige beperkt de inzet van de aardkundige tot situaties waarin deze expertise absoluut noodzakelijk is. Voor alle andere situaties volstaat het voortaan om een beroep te doen op een assistent-aardkundige: personen die niet noodzakelijk gediplomeerd zijn in de aardwetenschappen, maar toch over een zekere kennis inzake bodemsoorten en sedimenten beschikken.

Andere aanpassingen in functie van het archeologisch vooronderzoek

Een versnelde tweemaandelijkse vaststellingsprocedure voor de kaart met gebieden waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt. Op die manier kunnen percelen/gebieden die beantwoorden aan de criteria voor opname sneller op de kaart opgenomen worden. Percelen en gebieden opgenomen op de kaart zijn vrijgesteld van het bekomen van een archeologienota.
Er wordt toegestaan dat aan de vergunningsaanvraag een archeologische nota wordt toegevoegd die nog niet bekrachtigd is, maar wel al voor bekrachtiging is ingediend bij het agentschap. Zo hoeft een bouwheer of ontwikkelaar de termijn van 21 dagen voor bekrachtiging niet af te wachten om de vergunningsaanvraag in te dienen. De bouwheer of ontwikkelaar moet de bekrachtigde archeologienota wel indienen vóór de beoordeling van de vergunningsaanvraag door de vergunningverlenende overheid.'

Stel hier je vraag bij dit blogbericht


Dirk Van Heuven Archeologie
Meer tags?