Kortrijk
Mist
15° - 26°
Antwerpen
Bewolkt
16° - 27°
Blog
Blog
31 augustus 2026 | Dirk Van Heuven

Het voorzorgbeginsel in de kinderopvang

De Brusselse kortgedingrechter acht (in eerste aanleg) het belang van het kind dermate prioritair dat het hoorrecht en de plicht tot belangenafweging ervoor moeten wijken.

Het past nadere toelichting te geven bij de beschikking van 27 augustus 2026.

Opgroeien regie oefent overeenkomstig artikel 15/1 van het decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters toezicht uit op basis van alle informatie die beschikbaar is. Daarbij hanteert Opgroeien het voorzorgsbeginsel. Gedaagde kan een beroep doen op organisaties of deskundigen om het agentschap te adviseren in het kader van het voorzorgsbeginsel.

Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering over het toezicht op en de handhaving van de naleving van de vergunnings- en subsidievoorwaarden voor de kinderopvang van baby's en peuters door Opgroeien regie (hierna: Handhavingsbesluit) bepaalt:

‘Met het oog op de toepassing van het voorzorgsbeginsel analyseert het agentschap de beschikbare relevante informatie, vermeld in artikel 3, eerste lid en onderzoekt of hieruit een risico blijkt op een schending van de fysieke of psychische integriteit van een kind.

Als op basis van het tweede lid een risico op een schending van de fysieke of psychische integriteit van een kind wordt vastgesteld, zal het agentschap:

1° een inschatting maken van de ernst van het risico op een schending van de fysieke of psychische integriteit van een kind;

2° een belangenafweging maken tussen:

a) de noodzaak om een bestuurlijke maatregel op te leggen in het belang van de opgevangen kinderen;

b) de belangen van de betrokken partijen;

Op basis van de afwegingen in het derde lid, en rekening houdend met het proportionaliteitsbeginsel zal het agentschap, beslissen of het voorzorgsbeginsel moet toegepast worden. Bij een ernstig risico op een schending van de fysieke of psychische integriteit primeert steeds het belang van het kind’.

Opgroeien kan overeenkomstig artikel 11, 2° van het besluit van de Vlaamse Regering over het toezicht op en de handhaving van de naleving van de vergunnings- en subsidievoorwaarden voor de kinderopvang van baby's en peuters door Opgroeien de vergunning van een organisator schorsen wanneer het vereist is door toepassing van het voorzorgsbeginsel. In geval van dringende noodzakelijkheid kan Opgroeien  beslissen om geen voornemen tot schorsing van de vergunning te bezorgen aan de organisator om die op voorhand te horen.  In dat geval organiseert gedaagde een hoorzitting uiterlijk 14 dagen na de dag waarop het heeft beslist om een bestuurlijke maatregel op te leggen.

In de zaak beslecht door de kortgedingrechter te Brussel werd de vergunning van een kinderdagverblijf geschorst bij dringende noodzakelijkheid, zonder betrokkene op voorhand te horen, zonder dat er een navolgende uitnodiging was verzonden om a posteriori de verantwoordelijke te horen en zonder tot een formele belangenafweging over te gaan in de schorsingsbeslissing.

In de beschikking van 27 augustus 2026 luidt het:

'Op basis van het voorliggende dossier kan vervolgens niet prima facie worden vastgesteld dat geen enkele redelijke toezichthouder in de sector van de kinderopvang het voormelde risico op schending van de fysieke en psychische integriteit van de opgevangen kinderen als ernstig zou bestempelen, zoals Opgroeien Regie gedaan heeft. Anders dan eiseres voorhoudt, kan één en ander ook niet worden verengd tot “risico van geweld tegen kinderen”.

(...)

In dergelijk geval moet, conform het voormelde artikel 3 van het Handhavingsbesluit en anders dan eisende partij voorhoudt, het belang van de opgevangen kinderen steeds primeren, dit wil zeggen voorgaan op het belang van andere betrokkenen, zoals de organisator en de ouders. Hier heeft Opgroeien Regie geoordeeld dat het noodzakelijk was snel en accuraat op te treden om de kinderen niet onnodig bloot te stellen aan enig risico, en dat een schorsing bij dringende noodzakelijkheid zich opdrong omdat er onvoldoende garanties zijn dat de veiligheid en de gezondheid van de kinderen gewaarborgd wordt.

(...)

Eisende partij houdt ten slotte nog voor dat de hoorplicht niet correct werd nageleefd voor wat betreft de concrete maatregel van de schorsing uit voorzorg en bij dringende noodzakelijkheid, nu zij van het voornemen daarvan niet op de hoogte werd gesteld en zij dus niet de kans kreeg om zich daarop te verweren.
Uit de hoger vermelde wettelijke bepalingen blijkt evenwel dat bij dringende noodzakelijkheid, het Agentschap een bestuurlijke maatregel kan opleggen zonder de organisator voorafgaandelijk in kennis te stellen van het voornemen en/of te horen. Dit middel van eisende partij mist prima facie ook elke grond.

De rechtbank besluit dat er geen schijn van recht is die het nemen van de gevraagde maatregel verantwoordt. Opgroeien Regie heeft prima facie conform de wettelijke bepalingen en niet kennelijk onredelijk noch onevenredig beslist tot schorsing van de vergunning uit voorzorg en bij dringende noodzakelijkheid'.

Deel dit artikel