Kortrijk
Bewolkt
10° - 25°
Antwerpen
Bewolkt
15° - 25°
Blog
Blog
16 juli 2026 | Sofie LogieenNiels Lemaire

Primauteit van beroepsgeheim van advocaten op openbaarheid van bestuur nu ook bevestigd door Raad van State

Naar aanleiding van een prejudiciële vraag van de Raad van State sprak het Grondwettelijk Hof zich op 15 januari 2026 in het arrest met nr. 9/2026 uit over de grondwettigheid van de uitzonderingsgrond die de openbaarmaking van bestuursdocumenten uitsluit wanneer deze onder het beroepsgeheim van een advocaat vallen. We plaatsen hierover nog dezelfde dag een blogbericht.

Op basis van dat arrest heeft de Raad van State zich nu uitgesproken in het concrete dossier en het ingestelde beroep ongegrond verklaard. Volgens de Raad werd de weigering om de gevraagde advocatenadviezen openbaar te maken terecht gebaseerd op de uitzonderingsgrond die de geheimhoudingsverplichting van advocaten beschermt. Aangezien het om een absolute uitzonderingsgrond gaat, is geen belangenafweging vereist. De overheid moet enkel nagaan of de uitzonderingsgrond daadwerkelijk van toepassing is en het beschermde belang in gevaar komt door de openbaarmaking. De beslissing van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur om de adviezen niet openbaar te maken werd dan ook rechtmatig bevonden.

Met deze uitspraak bevestigt de Raad van State, in lijn met het Grondwettelijk Hof, dat het beroepsgeheim van de advocaat een fundamentele waarborg blijft die een absolute uitzondering vormt op het recht van openbaarheid van bestuur. Zodra openbaarmaking de vertrouwelijkheid van juridische adviezen dreigt aan te tasten, kan de overheid de betrokken documenten weigeren openbaar te maken zonder verdere belangenafweging.

Opmerkelijk is dat de Raad daarnaast nog inging op het belang van de verzoekende partij. Hoewel verzoekers in principe geen bijzonder belang moeten aantonen om een aanvraag tot openbaarmaking in te dienen, wees de Raad erop dat het niet aan de overheid is om zelf mogelijke belangen van de verzoeker te identificeren. Nu de verzoeker geen concreet algemeen belang had aangevoerd, kon hij evenmin aantonen dat daarmee ten onrechte geen rekening was gehouden. De belangen die in de parlementaire voorbereiding bij de regelgeving inzake openbaarheid van bestuur worden vermeld, zijn daarbij slechts illustratief en niet limitatief. De belangenafweging kan klaarblijkelijk ook illustratief worden gemotiveerd.

Deel dit artikel