Op 26 juni 2026 heeft de Vlaamse Regering een eerste voorontwerp van decreet goedgekeurd waarmee het DBRC-decreet van 4 april 2014 wordt gewijzigd. De voorgestelde wijzigingen hebben vooral gevolgen voor de procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en, in mindere mate, voor het Handhavingscollege.
De belangrijkste voorgestelde wijzigingen worden hieronder toegelicht.
oplossingsgerichte rechtspraak
Het voorontwerp bevestigt dat oplossingsgerichte rechtspraak een uitdrukkelijke doelstelling vormt. Instrumenten zoals de bestuurlijke lus en de instandhouding van rechtsgevolgen krijgen daarom een prominentere plaats, terwijl de vernietiging van een vergunning zoveel mogelijk een laatste redmiddel moet blijven.
belang bij het middel
Het voorontwerp verankert ook de bestaande rechtspraak dat een verzoekende partij niet alleen belang moet hebben bij het beroep in zijn geheel, maar eveneens bij elk afzonderlijk middel. Voor ieder aangevoerd middel zal de verzoekende partij moeten aantonen, of minstens aannemelijk maken, dat de vermeende onwettigheid hem of haar concreet en persoonlijk benadeelt. Deze stelplicht wordt voortaan uitdrukkelijk in het decreet opgenomen.
misbruik procesrecht
De mogelijkheden om kennelijk onrechtmatig of vertragend procesgedrag te bestraffen worden aanzienlijk uitgebreid.
De Memorie van Toelichting benadrukt wel dat deze sancties uitzonderlijk moeten blijven. Het enkele feit dat een beroep ongegrond wordt verklaard, volstaat niet. Alleen wanneer sprake is van kennelijk onrechtmatig of deloyaal procesgedrag – bijvoorbeeld een procedure die uitsluitend wordt ingesteld om te vertragen – kan een geldboete worden opgelegd.
bemiddeling
Ook de bemiddelingsmogelijkheden worden verruimd. De Raad voor Vergunningsbetwistingen zal voortaan zelf kunnen voorstellen om een bemiddeling op te starten, zonder dat alle partijen daar vooraf mee moeten instemmen. De deelname aan de bemiddeling blijft evenwel volledig vrijwillig.
marginale toetsing
Daarnaast verduidelijkt het voorontwerp hoe de Raad bestreden beslissingen moet beoordelen wanneer de vergunningverlenende overheid over een beleids- of beoordelingsvrijheid beschikt.
Hoewel de Raad bevoegd blijft om vergunningen volledig te toetsen aan hogere rechtsnormen en algemene rechtsbeginselen, zal hij zich in dergelijke gevallen moeten beperken tot een marginale toetsing.
overgangsregeling
De nieuwe regeling zal uitsluitend van toepassing zijn op beroepen die worden ingesteld nadat het decreet in werking is getreden. Lopende procedures blijven dus onder de huidige regelgeving vallen.
Het zou de bedoeling zijn om het gewijzigde decreet uiterlijk op 1 september 2027 in werking te laten treden.