De Raad van State oordeelde in haar arrest van 28 mei 2026, nr. 266.846 dat het belastingreglement van de stad Hoogstraten op verdeelapparaten van brandstoffen exclusief bestemd voor vrachtwagens geen schending inhoudt van artikel 170 en de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet.
Er blijkt volgens de Raad van State volgende duidelijke en objectieve redenen aanwezig in het administratief dossier en de (preambule van) het belastingreglement om een onderscheid te maken tussen verdeelapparaten voor brandstoffen exclusief bestemd voor vrachtwagens en andere verdeelapparaten. In het administratief dossier en de (preambule van) het belastingreglement wordt er o.a. verwezen naar de negatieve gevolgen van het tanktoerisme door vrachtwagens zoals mobiliteit, milieu en netheid.
In het arrest van 28 mei 2026 luidt het als volgt:
‘Het dossier en (de preambule van) het belastingreglement geven duidelijk aan waarom de verwerende partij een onderscheid maakt tussen verdeelapparaten voor brandstoffen exclusief bestemd voor vrachtwagens en andere verdeelapparaten. Er wordt verwezen naar de specifieke negatieve gevolgen van het tanktoerisme door vrachtwagens met name overlast inzake mobiliteit, infrastructuur, wegennet, milieu en netheid (zwerfvuil, menselijke uitwerpselen).
Voorts is het niet onredelijk een onderscheid te maken tussen eensdeels de verdeelapparaten exclusief bestemd voor vrachtwagens en, anderdeels, verdeelapparaten voor personenwagens die niet worden belast. De verzoekende partij maakt niet aannemelijk dat de verwerende partij haar beleidsruimte op onredelijke wijze miskent door rekening te houden met het feit dat, anders dan bij de personenwagens het geval is, een vrachtwagenchauffeur zijn rusttijd zal doorbrengen in de nabijheid van een tankstation met bijzondere en goedkopere tankfaciliteiten voor vrachtwagens zoals in Meer, waarbij de chauffeurs van de gelegenheid gebruik maken om in de buurt te overnachten, meer bepaald in hun vrachtwagen. Dat bussen van dezelfde tankslangen gebruik kunnen maken doet niet anders besluiten. Het busvervoer, dat personenvervoer betreft, betreft een andere categorie en heeft een andere doelstelling – in ieder geval maakt de verzoekende partij het tegendeel niet aannemelijk – waarbij wordt beoogd, behoudens calamiteit of enig andere uitzondering, de passagiers zo spoedig mogelijk naar de gekozen bestemming te brengen waarbij overigens, afhankelijk van de lengte van de rit, door de rij- en rusttijden, er een wettelijke verplichting kan gelden om met twee chauffeurs te rijden’.