Kortrijk
Motregen
12° - 19°
Antwerpen
Regen
13° - 23°
Blog
Blog
29 mei 2026 | Sofie LogieenStefanie Algoet

Geen belang meer bij procedure tegen negatieve evaluatie na ontslag

Met een arrest van 23 april 2026 bevestigt de Raad van State dat een statutair ambtenaar na een definitief ontslag niet automatisch nog belang heeft om een eerdere negatieve evaluatie aan te vechten.

De zaak ging over een statutair ambtenaar van de stad Antwerpen die een ongunstige evaluatie kreeg. De beroepscommissie adviseerde om die negatieve evaluatie te behouden, geen verbetertermijn op te starten en de ontslagprocedure op te starten. Niet veel later volgde ook effectief een ontslag.

Het ontslag gebeurde op basis van de artikelen 194/1 en 194/2 van het Decreet Lokaal Bestuur. Hoewel het Grondwettelijk Hof die regeling ondertussen vernietigde bij arrest nr. 85/2025 van 5 juni 2025, werden de gevolgen van het vernietigde decreet behouden voor eerdere ontslagen. Daardoor bleef het concrete ontslag in deze zaak behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank en niet van de Raad van State.

De betrokken ambtenaar vocht de evaluatiebeslissing aan bij de Raad van State. Tijdens die procedure was zij echter al ontslagen. Daardoor stelde zich de vraag of zij nog voldoende belang had bij haar beroep, zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.

Volgens de Raad van State moet een partij niet alleen belang hebben op het moment waarop een beroep wordt ingesteld, maar moet dat belang ook blijven bestaan tot de rechter uitspraak doet. Dat belang moet rechtstreeks zijn en de betrokken partij moet een voordeel hebben bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing. Het volstaat niet dat een vernietiging enkel nog nuttig zou zijn om later gemakkelijker een schadevergoeding te bekomen voor de hoven en de rechtbanken van de rechterlijke orde.

In dit dossier oordeelde de Raad van State dat een vernietiging van de evaluatie de ontslagbeslissing niet meer kon terugdraaien. Het ontslag zelf viel namelijk onder de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank en niet van de Raad van State. Het enige resterende belang was dus het mogelijk ondersteunen van een schadevordering voor de arbeidsrechtbank. Dat volstaat volgens de Raad van State niet.

Het arrest is ook interessant omdat het een duidelijk onderscheid maakt tussen een negatieve evaluatie en een tuchtstraf. Een tuchtmaatregel kan een blijvende morele impact hebben, waardoor een voormalig personeelslid soms nog moreel belang behoudt bij een beroep. Een evaluatie dient volgens de Raad van State vooral om het functioneren van een personeelslid te beoordelen en heeft niet hetzelfde bestraffende karakter. Daardoor is er na een ontslag in principe geen voldoende moreel belang meer.

Het arrest toont aan dat het bij geschillen over evaluatie en ontslag belangrijk is om vooraf goed na te denken over de juiste procedure en bevoegde rechter.

Deel dit artikel