Kortrijk
Motregen
9° - 14°
Antwerpen
Motregen
10° - 16°
Blog
Blog
06 mei 2026 | Deborah Smets

Gemeentewegen, de saga gaat verder

In het arrest van 2 april 2026 met nummer RVVB-2526-0632 heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen zich opnieuw uitgesproken over de vraag de gemeentewegen-kwestie. Meer concreet wordt opnieuw de vraag behandeld of enkel het openbaar karakter als criterium geldt, dan wel of er sprake dient te zijn van (i) een openbare weg, die (ii) onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt.

De Raad neemt in het arrest een - ons inziens - bekritiseerbaar standpunt in. 

Hoewel de RvVb op zich erkent dat uit artikel 2, 6° Gemeentewegendecreet volgt dat er sprake is van een gemeenteweg als die weg (1) openbaar is en (2) onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt, wordt in het arrest gesteld dat deze criteria niet bepalend zijn voor de bevoegdheid van de gemeenteraad. De Raad neemt hierbij het standpunt in dat de gemeenteraad aan zet is van zodra een (toegangs)weg een openbaar karatker heeft. Het komt dan aan de gemeenteraad toe om te oordelen of deze weg het statuut van gemeenteweg zal krijgen. 

De overwegingen van het arrest zijn hierbij de volgende:

De bestreden beslissing miskent het gezag van gewijsde van voormeld vernietigingsarrest door te oordelen dat er geen sprake is van de aanleg van een gemeenteweg omdat deze niet in het beheer van de gemeente zal komen. In het vernietigingsarrest van 5 december 2024 heeft de Raad immers geoordeeld dat uit de vaststelling dat de toegangsweg een openbaar karakter heeft, volgt dat de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft om een weg (al dan niet) te erkennen als gemeenteweg.

Anders dan de verwerende partij in de bestreden beslissing lijkt voor te houden, betwist de Raad in het arrest van 5 december 2024 ook niet dat er twee criteria zijn om te bepalen of er sprake is van een gemeenteweg. Uit artikel 2, 6° Gemeentewegendecreet volgt immers duidelijk dat er sprake is van een gemeenteweg als die weg (1) openbaar is en (2) onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt. Het is de vergunningverlenende overheid die aan de hand van de gegevens van het dossier beoordeelt of de weg een openbare bestemming kan krijgen. Dit doet evenwel geen afbreuk aan voormelde vaststelling over de beslissingsbevoegdheid van de gemeenteraad. Als de verwerende partij oordeelt dat de toegangsweg een openbaar karakter heeft, heeft de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid om een weg al dan niet te erkennen als gemeenteweg. De gemeenteraad beschikt over een discretionaire bevoegdheid om een weg als gemeenteweg te erkennen, wat ook wordt aangegeven in het door de verzoekende partij aangehaalde arrest van de Raad van State (RvS 21 januari 2025, 262.048). Dat de weg een openbaar karakter heeft, is op zichzelf dus niet voldoende om te spreken van een gemeenteweg in de zin van artikel 2, 6° Gemeentewegendecreet, maar het is vervolgens wel aan de gemeenteraad om binnen haar discretionaire bevoegdheid te beslissen om een grondstrook te erkennen als gemeenteweg (en dus te beheren).

(...)

Ten overvloede moet met de verzoekende partij worden vastgesteld dat de verwerende partij in de bestreden beslissing enkel aangeeft dat de wegenis niet in het beheer van de gemeente zal komen, zonder dit enigszins te onderbouwen.'

Om welke reden de Raad aan de gemeenteraad een dergelijke verregaande bevoegdheid wil toekennen, is niet geheel duidelijk. 

De kans dat tegen dit arrest cassatieberoep zal worden aangetekend, lijkt niet uitgesloten te zijn. 

Wordt vervolgd...


Deel dit artikel