Een ontevreden buur tekende tegen de vergunningsbeslissing van een college van burgemeester en schepenen beroep aan zowel bij de deputatie als bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
Deze laatste verklaart zich in het arrest nr. UDN-2526-0519 van 24 februari 2025 evident onbevoegd:
'Artikel 105, §1 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (hierna: Omgevingsvergunningsdecreet) bepaalt de bevoegdheid van de Raad over het contentieux van de omgevingsvergunningen als volgt:
“§1. De volgende beslissingen kunnen worden bestreden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in titel IV, hoofdstuk VIII, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening:
1° de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een omgevingsvergunningsaanvraag, genomen in laatste administratieve aanleg;
2° de beslissing over een verzoek of initiatief tot het opleggen, wijzigen of aanvullen van de voorwaarden in laatste administratieve aanleg;
3° de beslissing over een aanvraag tot afwijking van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden; 4° de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een melding, vermeld in artikel 111 van dit decreet.”
Uit dit artikel 105, §1 van het Omgevingsvergunningsdecreet blijkt dat de Raad bevoegd is voor beroepen gericht tegen een in laatste administratieve aanleg genomen beslissing over een aanvraag tot omgevingsvergunning.
De verzoekende partij richt zich met haar rechterlijk beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van A. van 16 januari 2026, waarmee deze in eerste bestuurlijke aanleg een omgevingsvergunning verleent aan de tussenkomende partij. De Raad is echter niet bevoegd om zich over een beroep tegen deze beslissing uit te spreken.
Overeenkomstig artikel 52, derde lid van het Omgevingsvergunningsdecreet staat er tegen deze beslissing nog een georganiseerd bestuurlijk beroep open bij de deputatie van Oost-Vlaanderen, in wiens ambtsgebied de stad Aalst immers gelegen is.
De bestreden beslissing vormt dus geen in laatste administratieve aanleg genomen beslissing betreffende een omgevingsvergunning en kan dus niet met een vernietigingsberoep bij de Raad worden bestreden. Onderhavige vordering tot schorsing bij UDN vormt een accessorium van het vernietigingsberoep en is om diezelfde reden eveneens onontvankelijk'.