Kortrijk
Regen
7° - 11°
Antwerpen
Regen
7° - 10°
Blog
Blog
24 januari 2026 | Niels LemaireenSofie Logie

De Dag van het Onderwijs (1): wat als een student in beroep wil gaan?

Op 24 januari 2026 vieren we de Internationale Dag van het Onderwijs, een initiatief van de Verenigde Naties dat sinds 2018 wereldwijd aandacht vraagt voor de cruciale rol van onderwijs in het bevorderen van vrede, ontwikkeling en gelijke kansen.

Als een advocatenkantoor met een uitgesproken expertise in het onderwijsrecht, staat Publius zowel onderwijsinstellingen als individuele studenten bij. Wij adviseren over concrete juridische vragen, maar begeleiden ook dossiers binnen het bredere administratiefrechtelijke kader waarbinnen het onderwijs zich beweegt.

Naar aanleiding van deze internationale Dag van het Onderwijs staan wij met 2 blogposts even stil bij 2 relevante en actuele topics. In deze bijdrage focussen we op de vraag ‘Wat als een student in beroep wil gaan?’; terwijl we in onze andere blogpost ingaan op het al dan niet bestaan van een stakingsrecht voor leerlingen en studenten.

In een arrest van 28 november 2025 kreeg de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen de vraag voorgelegd of een intern beroep terecht onontvankelijk was verklaard. De student had zijn beroepschrift per e‑mail ingediend bij het officiële adres van de interne beroepsinstantie. Het onderwijs- en examenreglement van de betrokken hogeschool bepaalde echter dat het beroep gericht moest worden aan de voorzitter van de examencommissie. Omdat dit niet was gebeurd, verklaarde de voorzitter het beroep onontvankelijk wegens laattijdigheid.

De student verzette zich tegen deze formalistische benadering en stapte naar de Raad, die hem gelijk gaf.

De Raad benadrukte dat het decretale recht op intern beroep niet kan worden uitgehold door bijkomende interne formaliteiten. Een student moet zich rechtstreeks tot de interne beroepsinstantie kunnen wenden, zonder verplichte tussenstap via de voorzitter van de examencommissie. Daarnaast stelde de Raad vast dat het examenreglement niet duidelijk omschreef welk e-mailadres van de voorzitter gebruikt moest worden. Dat studenten dit zelf kunnen opzoeken via een digitaal portaal, verandert daar niets aan. Een beroepschrift dat naar het officiële e-mailadres van de beroepsinstantie wordt gestuurd, kan dan ook niet als laattijdig of onjuist ingediend worden beschouwd.

De Raad formuleerde daarbij een belangrijke verwachting ten aanzien van onderwijsinstellingen: van een redelijk handelend bestuur mag worden verwacht dat verzoeken of beroepen die rechtstreeks betrekking hebben op studievoortgangsbeslissingen, worden doorgestuurd naar de juiste entiteit binnen dezelfde onderwijsinstelling waaraan dergelijk verzoek duidelijk is gericht. Dit geldt, aldus de Raad, zeker wanneer er geen correcte en concrete verzending in het OER of bij de mededeling van de beslissing wordt gepreciseerd. Door dit niet te doen, oordeelde de Raad dat de interne beroepsinstantie handelde in strijd met het redelijkheidsbeginsel.

Deze uitspraak onderstreept dat instellingen een actieve verantwoordelijkheid dragen om studenten in staat te stellen hun beroepsrecht effectief uit te oefenen. Onduidelijke of moeilijk vindbare formele vereisten mogen daarbij geen hindernis vormen. Het recht op onderwijs omvat immers ook het recht om een studievoortgangsbeslissing op een reële en toegankelijke manier te betwisten.

Deel dit artikel