In het auditoraatsverslag werd een belangenexceptie verworpen. Verwerende partij reageerde niet in haar laatste memorie. De Raad van State leidt hieruit in het arrest nr. 265.337 van 7 januari 2026 af dat verwerende partij niet aandringt in deze exceptie:
'De verwerende partij betwist in haar memorie van antwoord het belang van de verzoekende partijen bij het beroep aangezien zij elkaars concurrent waren in de procedure tot gunning van de concessie, wat hun belang onderling tegenstrijdig zou maken.
Als zij in het auditoraatsverslag daarover kan lezen dat deze exceptie ongegrond is en zij geen reden ziet om vervolgens in haar laatste memorie hierop te antwoorden, begrijpt de Raad van State uit die proceshouding dat de verwerende partij zich niet langer tegen de ontvankelijkheid van het beroep verzet op grond van een onderling tegenstrijdig belang'.