Met het jaareinde in zicht blikten we binnen ons kantoor terug op de meest impactvolle arresten, wetswijzigingen en beleidswijzigingen van 2025. We hoorden eens rond bij onze medewerkers wat voor hen dé hoogtepunten van het jaar waren en bundelden ze allemaal in het blogbericht hieronder.
Dit was voor Publius het jaar 2025...
JANUARI
Het jaar begon met de doorvoering van de laatste wijzigingen aan het Vrijstellingsbesluit, die op 1 januari 2025 in werking traden. Deze aanpassingen gaven opnieuw meer speelruimte binnen de bestaande regelgeving en vormden een belangrijke stap richting een flexibeler vergunningenbeleid.
FEBRUARI
Amper twee maanden na de jaarwisseling bracht het arrest nr. 22/2025 van 13 februari 2025 van het Grondwettelijk Hof al een opvallende wending in het regelgevend kader: de nieuw verkregen bevoegdheid van de Raad voor Vergunningsbetwistingen om zich uit te spreken over ruimtelijke uitvoeringsplannen, stedenbouwkundige verordeningen en voorkeursbesluiten en projectbesluiten inzake complexe projecten werd teruggeplaatst bij de Raad van State. Het Hof oordeelde namelijk dat het de federale wetgever en niet de Vlaamse wetgever is die bevoegd is om beroepen bij een administratief rechtscollege in te voeren en daaraan te onttrekken.
MAART
Na deze stevige start volgde in maart gelukkig ook goed nieuws. Maart stond namelijk in het teken van erkenning: ons kantoor kreeg opnieuw de eer opgenomen te worden in de lijsten van Chambers and Partners 2025 en de Legal 500 2025, een mooie bevestiging van onze expertise en de kwaliteit van ons werk.
APRIL
Waar het Grondwettelijk Hof in eerdere maanden nog nieuwe wetgeving vernietigde, bracht april iets van opluchting: het Decreet Woonreservegebieden bleef overeind! In arrest nr. 53/2025 van 3 april 2025 verwierp het Hof de beroepen tegen het Vlaamse decreet van 26 mei 2023, dat bepaalt dat woonreservegebieden enkel ontwikkeld kunnen worden na een formeel vrijgavebesluit van de gemeenteraad. Dit arrest bevestigt de juridische houdbaarheid van het decreet en ondersteunt de ambitie van de Vlaamse Regering om tegen 2040 het bijkomend ruimtebeslag tot nul te herleiden (de ‘bouwshift’).
MEI
Mei was een maand van juridische successen en leesbare inzichten. Een van onze meest bezochte blogposts werd namelijk online geplaatst: “Er kan toch worden afgeweken van een BPA ouder dan 15 jaar, ook al wijkt het BPA deels af van het gewestplan”. Deze uitspraak van 26 mei 2025 (RVS nr. 263.417) verduidelijkt de mogelijkheden om af te wijken van oudere BPA’s.
Daarnaast gaf het Grondwettelijk Hof groen licht voor de herziene overgangsregeling van de Waalse pachtwetgeving, een belangrijke stap voor eigenaars en gebruikers van landbouwgrond in Wallonië.
JUNI
Juni bracht opnieuw een belangrijke constitutionele correctie. Het Grondwettelijk Hof haalde opnieuw zijn rode pen boven en vernietigde bij arrest van 5 juni 2025 het zogeheten Ontslagdecreet dat de beëindiging van de hoedanigheid van statutaire personeelsleden bij provinciale en lokale besturen regelde. Volgens het Hof schond het decreet het grondwettelijk standstill-beginsel, doordat het de mogelijkheid tot re-integratie na een onrechtmatig ontslag volledig uitsloot. Die achteruitgang van het bestaande beschermingsniveau werd dan ook als niet redelijk verantwoord geacht.
JULI EN AUGUSTUS
De zomer hield het recht niet volledig in vakantiemodus, al lag het tempo merkbaar lager. Juli bracht meer dan alleen zon en recesperiodes: op 14 juli 2025 keurde de Vlaamse Regering de conceptnota van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) goed. Dit plan, dat het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen zal opvolgen, moet de komende decennia richting geven aan het ruimtelijk beleid in Vlaanderen.
Ook op beleidsvlak bleef het niet helemaal stil. Tijdens de zomer werd de omzendbrief OMV/2025/1 geüpdatet, die een nieuw afwegingskader en randvoorwaarden vastlegt voor de oprichting van windturbines. Meer informatie hier.
Later die maand keken we allemaal naar Den Haag. Op 23 juli 2025 bracht het Internationaal Gerechtshof een historisch belangrijke advisory opinion uit over de juridische verplichtingen van staten in de klimaatcrisis. Het Hof bevestigde opnieuw dat een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu een essentiële voorwaarde is voor de uitoefening van mensenrechten en dat staten bindende verplichtingen hebben inzake mitigatie, adaptatie en internationale samenwerking. Hoewel niet-bindend, heeft deze uitspraak een groot gezag en zet zij de deur open naar bredere staatsverantwoordelijkheid en mogelijke handhaving bij klimaatschade.
SEPTEMBER
September zette het Omgevingsrecht tegelijk vooruit én op de rem.
Eind september werd namelijk het langverwachte rapport van de Vlaamse gemengde expertencommissie over het vergunningsbeleid afgeleverd aan de Vlaamse Regering. Het rapport bevat een brede waaier aan aanbevelingen met als doel de vergunningverlening meer rechtszeker en robuust te maken voor alle betrokken actoren. Het rapport wordt algemeen beschouwd als een mogelijke voorbode van ingrijpende hervormingen in het omgevingsrecht.
Maar met het arrest nr. 122/2025 van 18 september 2025 van het Grondwettelijk Hof vielen we dan weer terug op oude juridische structuren. Het Grondwettelijk Hof vernietigde namelijk het zogeheten Spoeddecreet van 19 april 2024 waarmee getracht werd een oplossing te bieden aan de Wasserij-rechtsspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De Raad oordeelde eerder namelijk dat gemeenten en provincies geen omgevingsvergunningen meer mogen behandelen voor projecten waarbij zij zelf aanvrager of initiatiefnemer zijn, behoudens de uitzonderlijke gevallen waarin zelfs geen project-MER of MER-screening vereist is. De impact van dit arrest was aanzienlijk: lokale besturen zouden hun eigen projecten niet langer kunnen vergunnen en eerdere vergunningen die op het vernietigde decreet steunen, komen onder zware juridische druk te staan. Het Spoeddecreet bood volgens het Grondwettelijk Hof echter onvoldoende structurele en organisatorische waarborgen om belangenconflicten te vermijden en werd dan ook vernietigd.
OKTOBER
De afgelopen jaren wordt het klimaatdebat steeds vaker mee vormgegeven door ingrijpende rechterlijke uitspraken – een tendens die zich ook in oktober opnieuw manifesteerde. Op 29 oktober 2025 veroordeelde de Rechtbank van Eerste Aanleg van Brussel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wegens het onvoldoende uitvoeren van zijn klimaatbeleid. De rechtbank ging daarbij bijzonder ver: het Gewest werd verplicht om maatregelen te nemen die de bebouwing en verharding van onbebouwde terreinen groter dan 0,5 hectare schorsen en dit tot de goedkeuring van een nieuw Gewestelijk Bestemmingsplan.
NOVEMBER
De decreetgever probeerde in november opnieuw orde op zaken te stellen. Na maanden van onzekerheid m.b.t. de zogeheten Wasserij-saga nam het Vlaams Parlement op 19 november 2025 een Hersteldecreet aan. Het decreet verduidelijkt welke overheid bevoegd is om een omgevingsvergunningsaanvraag te behandelen wanneer de gemeente of provincie zelf (rechtstreeks of feitelijk) als aanvrager optreedt en een project-MER of MER-screening vereist is. In die gevallen wordt het dossier onttrokken aan het betrokken bestuur en respectievelijk behandeld door de deputatie of de Vlaamse Regering. Opmerkelijk is dat het decreet niet alleen formele, maar ook feitelijke betrokkenheid viseert, en bovendien werd voorzien van terugwerkende kracht tot 19 september 2025.
Verder werd ook het lang verwachte Verzameldecreet 2025 principieel goedgekeurd door de Vlaamse regering.
DECEMBER
Terwijl 2025 stilaan richting eindejaarsrust gleed en de agenda’s zich vulden met terugblikken en goede voornemens, bleef de wetgever nog één keer stevig doorwerken. Vanaf 1 december 2025 trad namelijk de nieuwe m.e.r.-regelgeving in werking, met belangrijke wijzigingen voor zowel project-MER, plan-MER als complexe projecten.
Een passende reminder dat zelfs in de laatste maand van het jaar het recht niet op pauze staat.
Met dit overzicht sluiten we 2025 af en kijken we bij Publius vol enthousiasme uit naar 2026, een jaar dat ongetwijfeld nieuwe uitdagingen, groei en boeiende ontwikkelingen in het publiekrecht zal brengen.