Kortrijk
Regen
7° - 11°
Antwerpen
Regen
7° - 10°
Blog
Blog
27 mei 2025 | Dirk Van HeuvenenLeandra Decuyper

Er kan toch worden afgeweken van een BPA ouder dan 15 jaar, ook al wijkt het BPA deels af van het gewestplan

De Raad van State vernietigt in een belangrijk cassatiearrest nr. 263.417 van 26 mei 2025 de rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen als zou een BPA voor de toepassing van artikel 4.4.9/1 VCRO in zijn geheel als aanvullend moeten worden gekwalificeerd, zonder daarbij na te gaan of de voorschriften die ‘aanvullend’ zouden zijn vanuit het opzet en de economie van het BPA kunnen worden afgesplitst van de voorschriften die ‘afwijkend’ zouden zijn.

Dat zal voor vele bouwheren die een project beogen dat afwijkt van een ouder BPA een opluchting zijn. Nu werd door de beroepers met een vergrootglas gekeken naar afwijkingen, hoe miniem ook.

Ziehier de belangrijkste overwegingen van de Raad van State:

'Met [artikel 4.4.9/1 VCRO] heeft de decreetgever aan het bestuur een mogelijkheid geboden om onder bepaalde voorwaarden bij het verlenen van een vergunning af te wijken van voorschriften van een meer dan 15 jaar oud BPA. Hiermee wordt een verdere verhoging van het ruimtelijk rendement van de bestaande bebouwde ruimte beoogd (...)

Noch uit de tekst van artikel 4.4.9/1 VCRO, noch uit de parlementaire voorbereiding volgt dat de afwijking maar kan worden toegestaan wanneer het BPA in zijn geheel aanvullend is op de bepalingen van het gewestplan.

Artikel 4.4.9/1, derde lid, VCRO duidt letterlijk op “stedenbouwkundige voorschriften van bijzondere plannen van aanleg” en niet op “bijzondere plannen van aanleg”, zodat hierin geen tekstargument kan gevonden worden voor het verplicht beschouwen van het BPA in zijn geheel.

Het is weliswaar zo dat in de parlementaire voorbereiding op enkele plaatsen de begrippen “afwijkend BPA” en “aanvullend BPA” worden gehanteerd, maar hieruit kan geen bedoeling worden afgeleid om de afwijkingen slechts mogelijk te maken in de gevallen dat het BPA in zijn geheel aanvullend is op de bepalingen van het gewestplan. De begrippen “afwijkend BPA” en “aanvullend BPA” werden hier gebruikt om het toepassingsgebied van de afwijkingsmogelijkheid te verduidelijken. Volgens de opstellers van de bepaling worden “afwijkende BPA’s […] uitgesloten van het toepassingsgebied [zodat] wordt vermeden dat BPA’s die een harde gewestplanbestemming omzetten in een zachte bestemming, buiten werking worden gesteld”. Hiermee wordt niet uitgesloten dat een bepaald BPA zowel voorschriften kan bevatten die aanvullend zijn, als voorschriften die afwijkend zijn, en dat deze voorschriften afzonderlijk kunnen worden beschouwd tenzij ze vanuit het opzet en de economie van het BPA niet van elkaar kunnen worden gescheiden. De beoordeling van het bestreden arrest dat een BPA voor de toepassing van artikel 4.4.9/1 VCRO in zijn geheel als aanvullend of afwijkend moet worden gekwalificeerd, zodat van de voorschriften van het BPA die een aanvulling vormen op gebiedsaanduidingen of voorschriften van een gewestplan niet mag worden afgeweken wanneer het BPA in zijn geheel als afwijkend wordt beschouwd, zonder daarbij na te gaan of de voorschriften die ‘aanvullend’ zouden zijn vanuit het opzet en de economie van het BPA kunnen worden afgesplitst van de voorschriften die ‘afwijkend’ zouden zijn, miskent derhalve artikel 4.4.9/1 VCRO'

Het middel is in zoverre gegrond'.

Deel dit artikel