24/05/2019

Niets efficiënter dan een plaatsbezoek door de rechter bij onvergund gewoonlijk gebruik

Deze morgen besliste de (voorzitter van) de derde kamer van de rechtbank van eerste aanleg van Kortrijk ambtshalve tot een plaatsbezoek in het kader van een burgerrechtelijke herstelprocedure aangaande het onvergunde gewoonlijk gebruik van een tuin voor het stapelen van allerlei materiaal, materieel en afval. 

In de praktijk zou dergelijk plaatsbezoek wel eens efficënter kunnen blijken dan een herstelveroordeling, zelfs onder verbeurte van een dwangsom.

Een tip: vraag dergelijk plaatsbezoek reeds in de dagvaarding als voorlopige maatregel...

Referentie: PUB 507340

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Handhaving stedenbouw
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
08/05/2019

Decretale planschaderegeling doorstaat toets van het Grondwettelijk Hof nogmaals

Het Grondwettelijk Hof heeft in het arrest nr. 57/2019 van 8 mei 2019 hiernavolgende prejudiciële vraag ontkennend beantwoord:

'Schendt artikel 35 van het decreet van het Vlaams Parlement van 22 oktober 1996 betreffende de ruimtelijke ordening artikel 16 Grondwet en artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM genomen in samenhang met het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel uit de artikelen 10 en 11 Grondwet, in de mate dat deze bepaling een forfaitaire berekening oplegt van de planschadevergoeding, die geen of onvoldoende rekening houdt met het reële waardeverlies van het onroerend goed ingevolge de inwerkingtreding van het plan waaruit het bouwverbod voortvloeit onder meer omdat de verwervingswaarde enkel wordt geactualiseerd aan de hand van de index der consumptieprijzen, en waarbij bovendien een aftrek van 20 procent van de planschadevergoeding wordt gehanteerd ? '

Het Grondwettelijk Hof bevestigt zijn eerdere uitspraak nr. 66/2018, van 7 juni 2018 en dus ook volgende 'relativerende' overweging:

'Het valt evenwel niet uit te sluiten dat de decretale berekeningswijze in bepaalde gevallen afbreuk doet aan de rechten van de betrokken eigenaars. Dat kan met name het geval zijn wanneer de overheid reeds een vergunning heeft uitgereikt en aldus een gewettigd vertrouwen heeft gewekt dat het betrokken perceel mocht worden bebouwd of verkaveld. Dat kan eveneens het geval zijn indien de nieuwe bestemming van de percelen geen enkele ontwikkeling ervan meer toelaat en hen zo goed als onverkoopbaar maakt, of nog indien de eigenaars voor de betrokken percelen successierechten hebben betaald die niet in de planschadevergoeding worden verrekend'.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Grondwettelijk Recht, Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Planschade
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
08/05/2019

Geen vergunning, geen belang?

In een arrest van 25 februari 2019 verwerpt het hof van beroep te Antwerpen als volgt een belangenexceptie:

'De geïntimeerden worden verder niet gevolgd waar zij laten gelden dat de appellante geen rechtmatig belang zou hebben bij de door haar gestelde rechtsvorderingen, dit bij gebrek aan (wettige) milieuvergunning. Sinds 14 juni 2013 beschikt de appellante (opnieuw) over een milieuvergunning (hernieuwing van de milieuvergunning die geldig was tot 29 april 2013). Tot toepassing van artikel 159 Gecoörd. GW bestaat geen aanleiding bij gebrek aan bewijs van de onwettigheid van die vergunning'.

De dagvaarding dateert van 19 mei 2014, dus op een ogenblik dat de milieuvergunning van de eiser (appellante) terug in orde was. Uiteraard wordt de exceptie verworpen.

Ref. Antwerpen 25 februari 2019, nr. 2019/1797, ng. (PUB 4436))

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Belang, Dirk Van Heuven, Gerechtelijk recht, Wettigheidsexceptie
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
27/04/2019

Hoe de bijzondere verbeurdverklaring te berekenen voor een winkel die stedenbouwkundig gedeeltelijk wél en gedeeltelijk niet vergund is?

De correctionele rechtbank te Antwerpen benadrukt vooreerst dat de bijzondere verbeurdverklaring van de illegale vermogensvoordelen dient uitgesproken te worden, daar het negeren van de stedenbouwkundige voorschriften niet mag lonen.

Bij de berekening van de hoegrootheid van het illegaal vermogensvoordeel wordt rekening gehouden met het feit dat de winkel deels was vergund: 'Enkel het surplus in de omzet tengevolge van een grotere winkeloppervlakt kan als onrechtmatig vermogensvoordeel worden beschouwd. Dit surplus valt niet zondermeer gelijk te stellen met een percentage van de oppervlakte gedurende de ganse periode'. 

Aldus trad de rechter de argumentatie van bekaalgde bij dat de eerste, vergunde vierlkante meters méér omzet genereren dat de bijkomende onvergunde vierkante meters winkeloppervlakte. De regel van drie wordt aldus door de correctionele niet toegepast en er wordt een forfaitaire verbeurdverklaring bevolen gelijk aan 5% van de geraliseerde omzet in de strafbaar relevante periode.

Referentie: Corr. Antwerpen 22 maart 2019, nr. 2019/1529, ng. (PUB 507608)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Handhaving stedenbouw, Strafrecht & strafvordering
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
27/04/2019

Miskenning van onderzoeksplicht leidt tot veroordeling wegens stedenbouwmisdrijf

Voor de correctionele rechtbank te Antwerpen beriep beklaagde, die werd vervolgd wegens een onvergund gebruik van een landbouwloods, zich op de afwezigheid van een moreel bestanddeel. De correctionele rechtbank benadrukt dat het bewust en vrijwillig handelen volstaat voor een stedenbouwmisdrijf. De rechtbank beslist verder dat er geen schulduitsluitingsgrond (zoals overmacht of onoverkomelijke dwaling) of een rechtvaardigingsgrond (zoals noodtoestand) aanwezig is:

'Concreet stelt deze beklaagde dat zij onwetend was en te goeder trouw handelde. Evenwel, indien de beklaagde te goeder trouw onwetend of dwalend was omtrent de feitelijke toestand, betekent dit nog niet dat zij als redelijk en voorzichtig persoon ook aan haar onderzoeksplicht heeft voldaan. Het is daarbij naar de oordeel van de rechtbank niet geloofwaardig dat een professionele speler in 2006 een loods huurt in een overduidelijk agrarische omgeving en zich geen vragen stelt omtrent de eventueel stedenbouwkundige mogelijkheid om dergelijke activiteiten, de opslag van electro- en huishoudtoestellen, op die concrete locatie te ontplooien. Door bewust en vrijwillig te verzaken aan haar onderzoeksplicht, heeft derde beklaagde niet gehandeld als een redelijk en voorzichtig persoon, in dezelfde concrete omstandigheden geplaatst. Een geloofwaardige schulduitsluitingsgrond of rechtvaardigingsgrond wordt niet aangevoerd'.

Referentie: Corr. Antwerpen 22 maart 2019, nr. 2019/1529, ng. (PUB 507608)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Handhaving stedenbouw, Strafrecht & strafvordering
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags