17/02/2019

Zijn voorbehouden, niet-Europese concessies mogelijk?

De Belgische Concessiewet van 17 juni 2016 laat zogenaamde ‘voorbehouden concessies’ toe, zijnde concessies die worden gerespecteerd voor sociaaleconomiebedrijven. Evenwel is de Belgische Concessiewet enkel van toepassing op de zogenaamde ‘Europese Concessie’, zijnde concessies die de Europese drempelwaarde van 5.548.000€ bereiken.

De vraag stelt zich of er ook voorbehouden, niet-Europese concessies mogelijk zijn? In het niet-schorsingsarrest nr. 243.569 van 31 januari 2019, uitgesproken bij uiterst dringende noodzakelijkheid, beslecht de Raad van State het vraagstuk voorlopig als volgt:

'Artikel 24 van de Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 „betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten‟ (hierna: de concessierichtlijn) voorziet in de mogelijkheid om concessies voor te behouden aan beschermde werkplaatsen en ondernemers waarvan het hoofddoel de sociale en professionele integratie van personen met een handicap of kansarmen is of de uitvoering ervan voor te behouden in de context van programma‟s voor beschermde arbeid mits ten minste 30 % van de werknemers van die werkplaatsen, ondernemers of programma‟s personen met een handicap of kansarmen zijn. In de overwegingen bij die Richtlijn wordt uitdrukkelijk verwezen naar de beginselen van het WVEU, zoals ook in artikel 33 van de concessiewet. Hieruit lijkt op het eerste gezicht te mogen worden afgeleid dat een dergelijk voorbehoud niet zozeer in strijd is dan wel in overeenstemming en verzoenbaar lijkt te zijn met deze Verdragsbeginselen zoals het door de verzoekende partij ingeroepen principe van de vrije mededinging; minstens lijkt het geen ongeoorloofde belemmering te vormen. Artikel 24 van de concessierichtlijn lijkt dan ook eerder te verschijnen als een verfijning dan wel als een afwijking van de Verdragsrechtelijke beginselen. De Raad van State ziet op het eerste gezicht niet in waarom deze overweging ook niet zou gelden voor niet-Europese concessies zodat evenmin een dergelijk voorbehoud aldaar principieel tegen de voornoemde beginselen lijkt in te gaan.  
     
  
Referentie: pub7659-2

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Overheidscontracten
Tags Concessies, Dirk Van Heuven
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
07/02/2019

Wat is een ‘overeenkomstige onderneming' van een sociaaleconomieonderneming bij voorbehouden opdrachten of concessies?

In het arrest nr. 243.568 van 31 januari 2019, uitgesproken bij uiterst dringende noodzakelijkheid, wordt door de Raad van State alvast aangegeven wie niet kan beschouwd worden als een ‘overeenkomstige onderneming’:

'Wat het tweede middelonderdeel betreft, lijkt, voor de beoordeling ervan, vooralsnog niet vereist na te gaan of het bestek, al dan niet met toepassing van artikel 33 van de concessiewet, in die zin dient te worden begrepen dat slechts de in dit bestek vermelde drie categorieën van erkende sociale economieondernemingen in aanmerking mogen komen voor het voorbehouden perceel; de verzoekende partij beantwoordt naar eigen zeggen niet aan één van die categorieën.

De verzoekende partij lijkt immers niet aan te tonen dat zij zich hier nuttig beroept op de volgende besteksbepalingen, mocht zij er al een beroep mogen op doen:

     “Overeenkomstige ondernemingen kunnen aan de plaatsingsprocedure voor het perceel 2 van deze concessie deelnemen op voorwaarde dat zij aantonen dat zij aan gelijkwaardige voorwaarden voldoen.”

     en

     “Overeenkomstige ondernemingen kunnen met de geijkte documenten aantonen dat ze aan gelijkwaardige voorwaarden voldoen.”

De verzoekende partij toont immers op het eerste gezicht niet aan dat zij aan “gelijkwaardige voorwaarden” voldoet als de voorwaarden die worden gesteld in de regelgevingen voor erkende ondernemingen waarnaar in het bestek wordt verwezen. Met de verwerende partij mag worden aangenomen dat daartoe de loutere opname door de verzoekende partij in haar statuten van het hoofddoel, namelijk de maatschappelijke, sociale en professionele integratie en/of re-integratie van gehandicapten en/of kansarmen zoals onder meer bepaalde soorten werklozen, leden van achtergestelde minderheden of andere maatschappelijk gemarginaliseerde groepen, op het eerste gezicht niet volstaat. Evenmin lijkt daartoe te volstaan dat in die statuten is opgenomen dat zij activeringsmogelijkheden zal aanbieden aan gehandicapten of kansarmen, noch het feit dat zij de rechtsvorm heeft aangenomen van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid met een sociaal oogmerk. Minstens toont de verzoekende partij dit niet met de in het kader van deze procedure vereiste klaarblijkelijkheid aan'.

Referentie: pub7669

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Overheidscontracten
Tags Concessies, Dirk Van Heuven, Overheidsopdrachten
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
03/06/2014

Tweede reparatie-KB overheidsopdrachten Uitvoering

Op 30 mei 2014 werd het KB van 22 mei 2014 tot wijziging van het KB van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessie voor openbare werken gepubliceerd. Dit KB wijzigt ('repareert') de betalingsregels van het voornoemde KB.

De woorden 'aangetekend schrijven' en 'aangetekende brief' worden vervangen door de woorden 'aangetekende zending' overal in de tekst van het KB. Op die manier wordt een opening gemaakt voor de elektronische aangetekende zending waarvoor binnen afzienbare tijd het wettelijke kader zal bestaan.

Verder is er een zuiver technische correctie uitgevoerd in die zin dat er een afstemming gebeurd is van de bepalingen inzake de drempelbedragen (ter bepaling van de toepassing van de algemene uitvoeringsregels op de opdrachten die worden gesloten met een aanvaarde factuur), zowel in het KB Uitvoering als de verschillende KB's Plaatsing.


In artikel 9 § 2, eerste lid wordt verduidelijkt dat het principieel verbod tot verlenging van de betalingstermijn geldt onverminderd het bepaalde in artikel 68. Dit artikel voorziet in de schorsing van de betalingstermijn in geval van verzet tegen de betaling of van derdenbeslag ten laste van de opdrachtnemer.

In artikel 9 § 2, derde lid inzake de uitzonderlijke mogelijkheid tot verlenging van de verificatietermijn wordt nu dezelfde voorwaarde gekoppeld als voor de eveneens uitzonderlijke mogelijkheid tot verlenging van de betalingstermijn, met name dat de verlenging objectief gerechtvaardigd moet zijn door de bijzondere aard of eigenschappen van de opdracht. De afwijking zowel m.b.t. de verificatie- als de betalingstermijn moet voortaan ook op straffe van nietigheid uitdrukkelijk in het bestek gemotiveerd worden.
11/07/2012

Enkele grote en kleine wijzigingen aan het Gemeentedecreet

Op 29 juni 2012 bekrachtigde de Vlaamse regering het decreet tot wijziging van het Gemeentedecreet, dat op 20 juni 2012 door het Vlaams parlement werd goedgekeurd. Tegelijkertijd werden (grotendeels analoge) wijzigingen aan het Provinciedecreet en het OCMW-decreet goedgekeurd.

De wijzigingen worden door het Agentschap Binnenlands Bestuur toegelicht in een nota.

De belangrijkste veranderingen zijn:
  • de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen voor het stellen van daden van beschikking omtrent onroerende goederen wordt uitgebreid. De toelichtingsnota stelt hierover:

    "Het stellen van daden van beschikking met betrekking tot onroerende goederen blijft in principe een bevoegdheid van de gemeenteraad. Het college is tot op heden al wel bevoegd voor daden van beschikking met betrekking tot onroerende goederen, voor zover de verrichting nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen. Nieuw is dat het college nu ook bevoegd wordt met betrekking tot verhuring, concessie, pacht, jacht- en visrechten van meer dan negen jaar, behoudens voor het vaststellen van de contractvoorwaarden. Voor dit laatste blijft de gemeenteraad bevoegd."

    Deze regeling doet sterk denken aan de bevoegdheid inzake overheidsopdrachten: in beginsel legt de gemeenteraad de voorwaarden vast, maar gebeurt de toewijzing door het college.
     
  • de Beroepscommissie voor Tuchtzaken verliest haar hervormingsbevoegdheid. Indien het beroep gegrond wordt verklaard, wordt de bestreden tuchtbeslissing vernietigd. De Beroepscommissie kan tijdens de loop van de procedure ook besluiten om niet onmiddellijk over te gaan tot een uitspraak en de lokale tuchtoverheid eerst de kans geven de ontwettigheid in de bestreden beslissing te herstellen. Dit is een vorm van de zogenaamde 'bestuurlijke lus'.
     
  • alle gemeente en OCMW's krijgen de mogelijkheid te werken en één enkele secretaris of één enkele financieel beheerder. Ook het personeelsbeleid van de gemeente en het OCMW kan beter op elkaar worden afgestemd
     
  • de regels van de beleids- en beheerscyclus (BBC) worden in grote mate van toepassing gemaakt op de autonomie gemeentebedrijven en de OCMW-verenigingen van publiek recht. Hieromtrent werd een aparte toelichtende nota opgesteld
     
  • de termijn binnen de welke de autonome gemeentebedrijven zich moeten omvormen aan het Gemeentedecreet, wordt verlengd tot 1 januari 2014
     
  • het minimum en maximum aantal leden van het college van burgemeester en schepenen vermindert (vanaf 1 januari 2012)
     
  • een gemeenteraadscommissie moet waken over de afstemming tussen het gemeentelijk beleid en de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en verzelfstandigde agentschappen waar de gemeente aan deelneemt
     
  • de onverenigbaarheden voor gemeenteraadsleden worden versoepeld: voor aanverwanten wordt de onverenigbaarheid beperkt tot de eerste graad

Gepost door Jonas Riemslagh

Blog Lokale Besturen
Tags AGB, Concessies, Decreet Lokaal Bestuur, Gemeentepersoneel, Intergemeentelijke Samenwerking, Lokale besturen, Patrimonium
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags