27/01/2015

Regels inzake bekendmaking beoordelingsmethodiek weldra duidelijker ?

Daar waar er sinds geruime tijd duidelijkheid is over de verplichting tot bekendmaking van de gunningscriteria en subgunningscriteria, is dit veel minder het geval met betrekking tot de beoordelingsmethodiek die de aanbestedende overheid toepast op deze gunnings- en subgunningscriteria.

Tot op heden werd door de rechtspraak aangenomen dat dergelijke verplichting niet - althans niet letterlijk - in de overheidsopdrachtenreglementering terug te vinden is, maar mogelijks vereist is ingevolge het transparantiebeginsel.

Op aangeven van de verzoekende partij heeft de Raad van State in een arrest van 6 januari 2015 met nr. 229.723, nv TNS Dimarso beslist om hieromtrent de volgende prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie te stellen :

"1/Dient artikel 53, lid 2, van Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten op zichzelf genomen en samengenomen met een draagwijdte van de Europeesrechtelijke beginselen inzake gelijkheid en transparantie inzake overheidsopdrachten zo te worden geïnterpreteerd dat de aanbestedende overheid, indien gegund wordt aan de inschrijver met de vanuit het oogpunt van de aanbestedende overheid economisch meest voordelig aanbieding, er steeds toe gehouden is om de beoordelingsmethodiek of afwegingsregels, wat hun voorzienbaarheid, gangbaarheid of draagwijdte ook is, aan de hand waarvan de offertes volgens de gunningscriteria beoordeeld zullen worden, steeds vooraf vast te stellen en in de aankondiging of het bestek op te nemen, 2/ dan wel indien er geen dergelijke algemene verplichting is, dat er omstandigheden zijn, zoals onder meer de draagwijdte, het gebrek aan voorzienbaarheid, of het gebrek aan gangbaarheid van deze afwegingsregels, waarin deze verplichting wel geldt ?"

In haar tweede middel voerde de verzoekende partij aan dat de aanbestedende overheid verplicht was om de beoordelingsmethodologie, namelijk de gehanteerde ordinale schaal "laag-matig-hoog", bij de beoordeling van het eerste gunningscriterium 'kwaliteit' voorafgaandelijk in het bestek of de aankondiging  bekend te maken.

De Raad van State wijst erop dat in de overheidsopdrachtenreglementering zelf nergens expliciet sprake is van een voorafgaande bekendmaking van de beoordelingsmethodiek. Idem dito wat de Europese Richtlijnen betreft.

De verzoekende partij is van oordeel dat de huidige rechtspraak van de Raad van State die inhoudt dat er geen algemene, principiële verplichting is om de beoordelingsmethodiek op voorhand mee te delen, onhoudbaar is geworden. In het licht van het transparantiebeginsel zoals toegepast binnen de rechtspraak van het Hof van Justitie meent zij dat artikel 53, lid 2, van Richtlijn 2004/18/EG dient te worden gelezen in de zin dat de aanbestedende overheid verplicht is om naast de weging tevens de voor de evaluatie dienstige beoordelingsmethodiek bekend te maken, zoals te dezen het hanteren van een ordinale schaal met klassen bepaald als "hoog-matig-laag". Om die reden vraagt zij nopens de toepassing van voormeld artikel een prejudiciële vraag tot uitlegging voor te leggen aan het Hof van Justitie.

De Raad van State stelt vast dat in de eerdere arresten van het Hof van Justitie (zaak C-532/06 Lianakis en zaak T-461/08 Evropaïki Dynamiki) enkel ingegaan wordt op de vraag naar de bekendmaking van de gunningscriteria en de subgunningscriteria, maar niet inzake de beoordelingsmethodiek en beslist daarom om op het verzoek tot prejudiciële vraagstelling in te gaan.

10/12/2014

Ook bij een opdracht van werken kan met een gunningscriterium naar kwaliteit projectteam gepeild worden

Zo oordeelde de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel in een vonnis van 4 december 2014:

'Ook inzake opdrachten voor werken geldt dat aan het onderscheid tussen selectiecriteria en gunningscriteria voldaan wordt zo betreffende de vereisten van technische bekwaamheid wordt gevraagd naar het personeel dat ‘kan’ worden ingezet door de dienstverlener, terwijl het gunningscriterium peilt naar de kwaliteit van het projectteam dat voor de concrete opdracht ‘zal’ worden ingezet. Immers, in dergelijk geval peilt het selectiecriterium naar de persoon van de inschrijver op zich, los van de opdracht, terwijl het gunningscriterium de uitvoering van de opdracht voor ogen heeft.

De gunningswijze ‘open offerteaanvraag’ impliceert dat niet enkel de prijs, maar ook de kwaliteit van het voorstel wordt getoetst aan de hand van de kwalitatieve gunningscriteria. 

Kennelijk heeft T. in samenspraak met haar ontwerper gekozen voor de procedure van offerteaanvraag, gelet op het belang van een snelle en efficiënte uitvoering en een goede coördinatie van de werkzaamheden en organisatie van de werf, vanwaar het derde gunningscriterium ‘kwaliteit van het projectmanagement’.

Blijkbaar is het woonzorgcentrum tijdens de werken nog in gebruik, zodat snelle uitvoering met zo weinig mogelijk hinder van belang is.

Het beoordelingselement van het subgunningscriterium 3.1 ‘kwaliteit van het voorgestelde projectteam’, waarin wordt gevraagd naar ‘welke middelen, personeel en organisatiestructuur (organogram) de inschrijver voorziet’, peilt niet naar de kwaliteit van de inschrijver als aannemende vennootschap, maar naar de kwaliteit van het daadwerkelijk voor het project ingezette projectteam, en wel een kwalitatief hoogstaand projectmanagement garanderen. De aanbestedende overheid kan bij werken, niet minder dan bij diensten, verlangen dat de opdracht niet enkel door een deskundig bedrijf wordt uitgevoerd, maar ook door deskundige mensen binnen dit bedrijf.

Overigens kan men T. bijtreden in haar stellen dat het subgunningscriterium 3.1 breder is dan enkel een beoordeling van de bekwaamheid van het personeel. Andere beoordelingselementen in dit subgunningscriterium zijn de verhouding tussen eigen werk en het gedeelte in onderaanneming, de methodiek voor selectie van onderaannemers, de coördinatieopdracht betreffende de andere percelen (nevenaannemingen) en de onderaannemers en de frequentie van aanwezigheid op de werf.

De inschrijvers dienden in een nota bij hun offerte uiteen te zetten hoe zij al deze elementen zouden aanpakken.

Gelet op dit alles dient het subgunningscriterium 3.1 niet prima facie aanzien te worden als een ‘verboden’ selectiecriterium.’

Vonnis rechtbank van eerste aanleg Brussel van 4 december.2014, ng (Ref. pub505035 )

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Overheidscontracten
Tags Dirk Van Heuven, Gunningscriteria, Overheidsopdrachten overheidscontracten & PPS
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
02/12/2014

Nieuwe omzendbrief verduidelijkt betalingsregels bij overheidsopdrachten

In een omzendbrief van 20 november 2014 licht de Kanselarij de nieuwe betalingsregels voorzien in het KB AUR (KB van 14 januari 2013) toe. Dit KB werd recent nog gewijzigd door het tweede reparatie-KB van 22 mei 2014).

De betalingstermijnen inzake overheidsopdrachten (waarop het KB AUR van toepassing is) verschillen van de termijnen bij private overeenkomsten. Deze laatste zijn onderworpen aan de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties.


Gepost door Johan Geerts

Blog Overheidscontracten
Tags Overheidsopdrachten overheidscontracten & PPS
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags