21/03/2010

Nieuwe omzendbrief vervreemding onroerende goederen door lokale besturen

Op 17 maart 2010 verscheen in het Belgisch Staatsblad de belangrijke omzendbrief BB 2010/02 van minister Bourgeois "Vervreemding van onroerende goederen door de provincies, gemeenten, O.C.M.W.'s en besturen van de erkende erediensten. - Procedure"

De omzendbrief is gericht aan:
-de provincieraden
-de deputaties
-de gemeenteraden
-de colleges van burgemeester en schepenen
-de O.C.M.W.-raden
-de besturen van de erkende erediensten

De omzendbrief wijst de provincies en de lokale besturen (gemeenten, O.C.M.W.'s en kerkbesturen) op de procedure die ze moeten volgen als ze een gedeelte van hun onroerend patrimonium willen vervreemden (verkopen, ruilen enzovoort) en maakt duidelijk welke stukken ze moeten opnemen in het dossier dat ze aan de toezichthoudende overheid voorleggen.

Principe
Allereerst wijst de minister erop dat bij elke onroerende vervreemding de openbare verkoop de algemene regel moet zijn en de onderhandse verkoop een uitzondering moet blijven. De hele bevolking moet immers de gelegenheid krijgen om een bod te doen. Daarnaast is de openbare verkoop ook de beste garantie voor het verkrijgen van een goede prijs en is dat de werkwijze die het best het algemeen belang dient, temeer omdat de individuele begunstiging bij een dergelijke procedure weinig kansen krijgt.
Alleen als het bestuur voldoende kan aantonen, door middel van een bijzondere motivering, dat de onderhandse procedure gerechtvaardigd is om redenen van algemeen belang, zal de onderhandse verkoop aanvaard worden.

Voldoende publiciteit
Het vervreemdend bestuur is ertoe gehouden om de bevolking in te lichten over de voorgenomen transactie. Om dat doel te bereiken, moet het voldoende en gepaste publiciteit voeren. Publiciteit maken heeft immers tot doel zo veel mogelijk kandidaat-kopers aan te trekken. Om dat te bereiken, zal het bestuur dan ook voldoende publiciteit moeten voeren in de eigen gemeente en in de omliggende gemeenten, zeker als het goed in een andere gemeente gelegen is.

Schattingsverslag
Ingeval het bestuurlijk toezicht wordt uitgeoefend op de besluiten met betrekking tot de vervreemding van onroerende goederen, leggen de besturen aan de toezichthoudende overheid alle documenten voor die haar in staat te stellen haar taak op een gedegen wijze uit te voeren. Zo leggen de besturen een metingsplan voor, uittreksels uit de kadastrale leggers en plans, in voorkomend geval het ontwerp van akte, het bewijs dat de nodige publiciteit werd gevoerd en in elk geval een recent schattingsverslag.
Een schattingsverslag is recent als het niet ouder is dan twee jaar. Het schattingsverslag kan, zoals momenteel gebruikelijk is, opgemaakt zijn door de ontvanger van de registratie of het aankoopcomité.

Om de achterstand die tegenwoordig wordt vastgesteld bij de opmaak van schattingsverslagen op te vangen krijgen de besturen nu ook de toestemming om een schattingsverslag te laten opmaken door een landmeter-expert die erkend is door de Federale Raad van Landmeters-experts. Het bestuur wijst die erkende landmeter-expert aan als schatter met toepassing van de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten (dienstenopdracht).Lees verder op onze blog Lokale Besturen.
02/03/2010

Geen overheidsfout bij plots wijzigende rechtspraak

De rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk heeft in een recent vonnis van 16 februari 2010 geoordeeld dat een plotse wijziging in de rechtspraak omtrent de interpretatie van een rechtsregel niet automatisch tot gevolg heeft dat diegene de een inbreuk maakt op deze nieuwe interpretatie aansprakelijk kan gesteld worden.

In het geval dat aan het vonnis ten grondslag lag, had een bestuur bij een overheidsopdracht in het bestek weliswaar voorzien in de weging van elk gunningscriterium, maar niet in een exacte weging van de subgunningscriteria. Dit laatste was conform de vaste rechtspraak van de Raad van State ook niet vereist. Evenwel besliste het Hof van Justitie van Luxemburg nadien in het arrest Lianakis e.a. op 24 januari 2008 dat het transparantiebeginsel veronderstelt dat alle criteria op grond waarvan een gunning wordt overwogen kenbaar en kwantificeerbaar moeten zijn (de subgunningscriteria inbegrepen).

De rechtbank te Kortrijk boog zich over de vraag of deze wijzigende rechtspraak automatisch tot gevolg heeft dat het bestuur een fout heeft gemaakt door niet aan alle subgunningscriteria een precieze weging toe te kennen. De rechtbank oordeelt genuanceerd:

“Van een normaal en zorgvuldig OCMW kan inderdaad niet méér verwacht worden dan dat zij op het ogenblik van het uitschrijven van het bestek geldende regels en de interpretatie die hieraan op dat ogenblik in de rechtspraak en rechtsleer wordt gegeven, correct toepast. Uit het geheel van de voorliggende feiten en stukken blijkt dat het OCMW (…) zich diligent heeft gedragen bij het kwantificeren van de gunningscriteria en het toekennen van de opdracht aan (…). Naar het oordeel van de Rechtbank heeft het OCMW (…) om voornoemde reden geen fout begaan door na de indienen van de offertes een bepaald gewicht aan voorheen niet-gekwantificeerde onderdelen toe te kennen.”

De vordering van de eiser werd dan ook als ongegrond verworpen.

Referentie: Rb. Kortrijk, 16 februari 2010, onuitgeg. (PUB501793)
03/02/2010

Overheden kunnen gerechtsdeurwaarders slechts aanstellen na mededinging

De Raad van State beslist in zijn arrest nr. 196.609 van 1 oktober 2009 dat overheden verplicht zijn de overheidsopdrachtenreglementering te respecteren bij de aanstelling van een gerechtsdeurwaarder.

De Raad van State maakt zich letterlijk de bewoordingen eigen van een eerdere uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel:

"In zoverre er discussie zou kunnen bestaan over de vraag of de diensten die gerechtsdeurwaarders verlenen aan aanbestedende overheden vallen onder de ‘diensten van juridische aard’, stelt de rechtbank vast dat deze diensten minstens vallen onder de restcategorie van de ‘andere diensten’.
Hieruit volgt dat de diensten van gerechtsdeurwaarders onderworpen zijn aan voormelde wet van 24 december 1993, en bijgevolg slechts door aanbestedende XII-5141-10/13 overheden mogen gegund worden na mededinging (artikel 1, § 1, van deze wet).

De omstandigheid dat de ambtstaken en de tarieven van de gerechtsdeurwaarders wettelijk zijn vastgelegd, doet hieraan geen afbreuk.
De rechtbank ziet niet in waarom de wettelijke vastlegging van de ‘ambtstaken’ van de gerechtsdeurwaarder de mogelijkheid tot mededinging zou uitsluiten.
Wat de wettelijke toepassing van tarieven betreft, blijkt uit niets dat de prijs bij de gunning van overheidsopdrachten een criterium moet zijn. De omstandigheid dat de prijs voor de uitvoering van een overheidsopdracht wettelijk is vastgelegd, betekent enkel dat het niet mogelijk zal zijn de opdracht te gunnen volgens de procedure van aanbesteding. Er bestaat evenwel geen bezwaar tegen de toepassing van een procedure van offerte-aanvraag of van een onderhandelingsprocedure. De wettelijke vastlegging van de ambtstaken en tarieven van de gerechtsdeskundige staat dan ook de toepassing van de wetgeving overheidsopdrachten niet in de weg.

De eventuele omstandigheid dat de opdracht kan worden gegund zonder de naleving van de bekendmakingsregels bij de aanvang van de procedure, belet evenmin dat de voormelde wet van 24 december 1993 van toepassing is.
De gevallen waarin tot het gunnen van een overheidsopdracht kan worden overgegaan zonder naleving van de bekendmakingsregels zijn limitatief opgesomd in artikel 17, § 2, van voormelde wet van 24 december 1993.
Daarbij wordt uitdrukkelijk bepaald dat de aanbestedende overheid die zich op één van de gevallen van artikel 17, § 2, wenst te beroepen, ‘indien mogelijk’, ‘meerdere aannemers, leveranciers of dienstverleners’ dient te raadplegen.


Als zodanig bevat dit artikel 17, § 2, een bevestiging van het gelijkheidsbeginsel, afgeleid uit de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, dat de overheden verplicht om steeds, indien mogelijk, alle kandidaten voor het sluiten van een overeenkomst een gelijke kans daartoe te geven.

De Vlaamse Gemeenschap houdt niet voor dat het in de voorliggende zaak onmogelijk was om verschillende gerechtsdeurwaarderskantoren te raadplegen alvorens tot gunning van de opdracht over te gaan. Uit de gegevens van het dossier blijkt trouwens ook duidelijk dat een dergelijke raadpleging niet onmogelijk was. In zoverre de Vlaamse Gemeenschap zich op één van de gevallen van artikel 17, § 2, zou kunnen beroepen, blijkt dat dit voor de beslechting van dit geschil zonder belang is : er diende hoe dan ook een vorm van mededinging georganiseerd te worden waarbij aan meerdere gerechtsdeurwaarders de gelegenheid werd gegeven om zich kandidaat te stellen."
De Raad van State voegt daar zelf aan toe:

"De toepasselijkheid van de wetgeving overheidsopdrachten en de principiële verplichting tot het in mededinging stellen van de opdracht geldtongeacht het antwoord op de vraag of het Europees drempelbedrag te dezen al dan niet werd bereikt.
Ook in de gevallen waarin tot het gunnen van een overheidsopdracht kan worden overgegaan zonder naleving van de bekendmakingsregels overeenkomstig artikel 17, §2, van de voormelde wet van 24 december 1993, dient de aanbestedende overheid immers, indien mogelijk,meerdere aannemers, leveranciers of dienstverleners te raadplegen.
De verwerende partij toont nergens aan dat dergelijke raadpleging te dezen niet mogelijk was".


Besloten wordt dat de overheid (de Vlaamse Gemeenschap) artikel 1, § 1, van de voormelde wet van 24 december 1993 en het gelijkheidsbeginsel heeft overtreden door de overeenkomst in kwestie te sluiten met het gerechtsdeurwaarderskantoor(...), zonder voorafgaandelijke mededinging.

Uiteraard geldt deze redenering mutatis mutandis voor alle overheden onderworpen aan de overheidsopdrachtenreglementering.

De zaak had betrekking op de rechtsreeks toewijzing door de overheid zelf van een gerechtseurwaarder voor invorderingsdossiers.
Vooralsnog blijkt niet dat de overheidsadvocaat zelf niet langer zijn eigen gerechtsdeurwaarder mag kiezen...

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Overheidscontracten
Tags Dirk Van Heuven, Overheidsopdrachten, Overheidsopdrachten overheidscontracten & PPS
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags